ICT
ICT staat voor Informatie- en Communicatietechnologie. Het belangrijkste middel voor ICT is de computer. Via de computer kunnen we bijvoorbeeld informatie uitwisselen met elkaar (e-mail), of informatie zoeken (internet). De meeste mensen gebruiken de computer om teksten te schrijven of te bewerken, hun administratie bij te houden, informatie te zoeken op internet of om spelletjes te spelen.
Computers worden steeds vaker in de les gebruikt. Ook op basisscholen. De leerlingen oefenen bijvoorbeeld de lesstof op de computer. Maar ze leren ook hoe ze computers kunnen gebruiken: ze maken werkstukken op de computer, ze leren hoe ze informatie van internet kunnen halen, of hoe e-mail werkt. De school bepaalt zelf welke rol computers spelen in het onderwijs. De school kan er bijvoorbeeld voor kiezen de computers vooral als informatiebron te gebruiken of juist als tekstverwerker. Computertoepassingen maken het ook mogelijk het onderwijs beter te laten aansluiten bij het niveau en het leertempo van de individuele leerling. Indien een leerling hier behoefte aan heeft, kunnen leerstofonderdelen gericht worden geoefend. Vorderingen van leerlingen kunnen systematisch worden bijgehouden.
Kennisnet is een hulpmiddel bij het gebruik van ICT in de school. Kennisnet is een elektronisch netwerk (een soort internet binnen het internet) voor het onderwijs. Alle scholen worden op Kennisnet aangesloten. Via Kennisnet kunnen scholen informatie met elkaar uitwisselen.
Meer informatie over toepassingen van ICT in het onderwijs kunt u vinden op de volgende websites: www.ictonderwijs.nl en www.kennisnet.nl/ouder. Op de laatste site vindt u informatie over onderwerpen als schoolkeuze, opvoeding en vrije tijd.