Bij het lezen op onze school gebruiken ze AVI-niveaus. Wat zijn dat?
Op de basisschool hanteert men bij het leesonderwijs negen AVI-niveaus. Dat is een afkorting van ' Analyse Van Individualiseringsvormen'. De kinderen krijgen in groep 3 rond januari/februari een leestoets en aan de hand de AVI-toetskaart wordt bekeken op welk niveau ze lezen. Twee keer per jaar worden er bij de kinderen leestoetsen afgenomen (zie de toetsenkalender van school) waaronder de AVI-leeskaarten totdat het niveau van AVI 9 is bereikt. Op dat moment heeft het kind het niveau van de minimale geletterdheid behaald. Als er zich geen problemen voordoen, doorloopt een kind de volgende niveaus op het aangegeven tijdstip:
groep 3: AVI-1 wordt bereikt in februari-maart. Eind juni wordt AVI-2 bereikt; groep 4: AVI-3 wordt bereikt op het einde van november. Op het einde van maart wordt AVI-4 bereikt en eind juni AVI-5; groep 5: AVI-6 wordt bereikt op het einde van november. Op het einde van maart wordt AVI-7 bereikt en eind juni AVI-8; groep 6: AVI-9 wordt bereikt tegen het einde van november. Eind groep 6 mag je dus verwachten dat de kinderen goed technisch kunnen lezen. Deze leeslijn volgt het gemiddelde niveau van de leerlingen vanaf de helft van het eerste leerjaar. Deze lijn moet gezien worden als een richtlijn. Het komt wel eens voor dat een kind in groep 3 al AVI 9 kan lezen.De AVI-aanduiding is een technisch leesniveau. Het AVI-niveau waarop je kind kan lezen staat ook op de boekjes in de bibliotheek. Bij het lezen wordt er op school een onderscheid gemaakt in "technisch" lezen en "begrijpend" lezen. Het technisch lezen betreft de vaardigheid van het lezen. Het begrijpend lezen betreft hetgeen de lezer van de tekst begrijpt.