Wat een kind in groep 1, 2 en 3 moet kunnen en weten.
Kerndoelen
Wat je kind leert, wordt zowel bepaald door de school als door de overheid. Het Ministerie van Onderwijs heeft een document met zogenaamde kerndoelen voor het onderwijs opgesteld. Hierin staat in grote lijnen wat een kind moet leren op de basisschool.
Zie: www.slo.nl/primair/kerndoelen/Kerndoelenboekje
De school bepaalt vervolgens zelf hoe ze deze doelen wil realiseren.
Vakken in de onderbouw
In de eerste twee groepen worden nieuwe vaardigheden en kennis nog spelenderwijs bijgebracht. Meestal zijn de kinderen in een kleuterklas met verschillende dingen bezig. Terwijl je zoontje aan het puzzelen is, speelt zijn vriendinnetje in de poppenhoek. In de wet is vastgelegd in welke vakken je kind op de basisschool in ieder geval les moet krijgen. De vakken waar je kind in groep 1 en 2 het meest mee te maken krijgt, zijn:
taal, zintuiglijke en lichamelijke oefening, kunstzinnige oriëntatie, rekenen, sociale en maatschappelijke vaardigheden
Taal
In de kleuterklassen wordt er veel impliciet aan de taalontwikkeling en de mondelinge vaardigheden gewerkt. Bijvoorbeeld tijdens de kringgesprekken, maar ook tijdens het voorlezen, rijmspelletjes, het leren van liedjes, het benoemen van kleuren, dagen, maanden. De juf of meester stelt vragen, waardoor je kleuter leert om duidelijke antwoorden te formuleren.
Zintuiglijke en lichamelijke oefening
De zintuigen van je kind worden tijdens de hele schooldag op verschillende manieren geprikkeld. Daarbij gaat het vooral om zijn gezichtsvermogen, gehoor en tastzin. Zo leert je kleuter om steeds nauwkeuriger te kijken, te luisteren en te voelen. Tijdens verschillende bewegingsspelletjes en buiten op het plein traint je kind al spelenderwijs zijn spieren en de coördinatie van zijn hele lichaam.
Kunstzinnige oriëntatie
De meeste kleuters zijn dol op activiteiten als tekenen, schilderen en knutselen. Deze ‘vakken’ bieden je kind de gelegenheid om zijn creativiteit te ontwikkelen. Tegelijkertijd oefent hij op deze manier zijn oog-handcoördinatie en ontdekt hij hoe hij verschillende materialen kan gebruiken
Rekenen
In groep 1 en 2 leert je kind vaak op een speelse manier de getallen 1 tot en met 10 kennen en herkennen en er wordt ook geoefend met het schrijven van de cijfers. Met behulp van liedjes en spelletjes maakt hij zich de volgorde van de getallen eigen. Ook kan hij aan het einde van deze schooljaren vaak al zeggen welk getal er op het T-shirt van zijn vriendje staat of hoeveel appels er in de fruitmand liggen.
Sociale en maatschappelijke vaardigheden
Verder leert je kleuter op de basisschool hoe hij met andere kinderen om moet gaan. Tijdens groepsopdrachten leert hij om samen te werken. En wanneer hij tegelijk met zijn klasgenootjes een tekening maakt, leert hij bijvoorbeeld om de kleurpotloden te delen en om op zijn beurt te wachten, wanneer een ander het blauwe potlood al heeft
Groep 3
De verschillen tussen de onderbouw en de bovenbouw blijken allereerst uit de manier van lesgeven. Nu krijgt je kind voor het eerst echt les in bepaalde vakken. Daarbij zitten hij en zijn klasgenootjes netjes aan een tafeltje te luisteren naar de meester of juf.
Vanaf groep 3 wordt de klas meer als één groep benaderd en krijgen ze vaker klassikale opdrachten. Je kind krijgt vanaf groep 3 dan ook steeds meer de gelegenheid om zelfstandig te werken. Op die manier is hij steeds minder afhankelijk van de leerkracht bij het uitvoeren van een taak.
De volgende vakken spelen een belangrijke rol in groep 3. Maar de manier waarop en de methodes waarmee er les gegeven wordt, kunnen echter per school verschillen.
technisch lezen, schrijven, rekenen
Lezen:
In groep 3 leert je kind letter voor letter en woordje voor woordje herkennen. De meeste lesmethoden beginnen met simpele drie en vier letterwoorden als maan, roos en vis. Het zal je verbazen hoe snel je kind plotseling overal om zich heen letters ziet en leest, als hij eenmaal begonnen is met leren lezen.
Schrijven:
Gelijktijdig met het leren lezen, leert je kind ook schrijven. Dat begint met het op de goede manier vasthouden van een pen. Makkelijke letters als de 'o' en de 'i' komen het eerst aan de orde. Schrijven leert je kind vooral door veel te oefenen. Hij zal vanaf nu dan ook hele schriftjes vol gaan schrijven met eerst nog bibberige, ongecontroleerde letters die gaandeweg steeds netter worden.
Rekenen:
Erbij en eraf, plus en min; misschien is je kind in groep 1 en 2 al spelenderwijs met deze begrippen in aanraking gekomen. Vanaf nu wordt het werken met getallen serieus. De basisbegrippen van het rekenen worden tegenwoordig vaak met behulp van leuke, interessante oefeningen aangeboden.