Vakken op school
In de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) is beschreven wat de leerlingen in ieder geval op een basisschool moeten leren. Die vakken zijn:
zintuiglijke en lichamelijke oefening;
Nederlandse taal;
rekenen en wiskunde;
Engelse taal;
expressieactiviteiten, in ieder geval aandacht voor: bevordering van het taalgebruik, muziek, tekenen, handvaardigheid, spel en beweging;
bevordering van sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer;
bevordering van gezond gedrag;
enkele kennisgebieden, in ieder geval aandacht voor: aardrijkskunde; geschiedenis; de natuur, waaronder biologie; maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting; geestelijke stromingen.
Scholen in de provincie Friesland moeten ook onderwijs geven in de Friese taal, tenzij zij daarvoor een ontheffing hebben van Gedeputeerde Staten.
De wet schrijft geen lessentabel voor. Wel moeten scholen zich houden aan de kerndoelen. In de kerndoelen wordt beschreven welke kennis en vaardigheden de leerlingen per vak minimaal moeten beheersen. Scholen mogen zelf beslissen in hoeveel uur zij denken dat de kinderen de kerndoelen zullen halen.
Veel vakken op de basisschool staan niet op zichzelf. Op school wordt dan ook geprobeerd de samenhang ertussen zo veel mogelijk zichtbaar te maken voor de leerlingen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door onderwerpen uit geschiedenis- en aardrijkskundelessen te koppelen aan actuele gebeurtenissen. Het onderwijs is - zoals gezegd - niet alleen bedoeld om uw kind feitenkennis bij te brengen. De basisschool heeft ook tot taak de sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden van uw kind te ontwikkelen. U kunt daarbij denken aan het leren opkomen voor de eigen mening, leren luisteren, zelfstandig leren werken, zelf problemen leren oplossen, leren bewegen en leren samenwerken.