Onderbouwing besluit tot zittenblijven
De school neemt het besluit tot doubleren, maar moet dit onderbouwen met onderwijsinhoudelijke gegevens. De school moet de ouders duidelijk maken op welke gronden dit besluit is genomen. Dit besluit moet te maken hebben met de gebrekkige vorderingen binnen het onderwijsprogramma.
Het leerlingvolgsysteem (LVS) van de school speelt een belangrijke rol bij een dergelijke beslissing. Bij doublures vertonen leerlingen vaak grote achterstanden in een of meer onderdelen van het onderwijsprogramma. In het LVS worden toetsen afgenomen die het niveau van de leerling aangeven. Bij meerdere vakgebieden die onder het gewenste niveau worden gescoord, kan worden overwogen om de leerling te laten doubleren. De school moet concreet aangeven hoe en welke begeleiding aan de leerling wordt gegeven in het volgend schooljaar. Bij de overgang van groep 2 naar groep 3 werd tot 1986 alleen gekeken naar de geboortedatum. Viel die datum voor 1 oktober dan kon de leerling wel naar groep 3. Viel de verjaardag na 1 oktober dan moest de leerling nog een heel jaar lang naar de kleuterafdeling.
Nu geldt die datum niet meer als criterium. Het besluit om niet naar groep 3 te gaan moet zijn gebaseerd op onderwijsinhoudelijke gronden en wordt naar het individuele kind gekeken. Deze moeten worden gestaafd met informatie uit het LVS, dat ook voor kleuters in groep 2 van toepassing is. Verder speelt de administratie die de leerkracht heeft bijgehouden ook een rol. De leerkracht behoort namelijk de ontwikkeling van leerlingen bij te houden en had moeten constateren dat van onvoldoende vorderingen sprake was. Daarover is dan gecommuniceerd met de ouders, zodat een mogelijke "doublure" reeds is voorbesproken.