Mijn zoon heeft de entreetoets van groep 7 zeer slecht gemaakt. Nu moet hij volgens zijn juf een IBO-toets doen in groep 8 om tot het LWOO toegelaten te worden. Waarom is die toets nodig?
Om toegelaten te worden tot het Leerwegondersteunend Onderwijs (LWOO) is informatie nodig over het intelligentieniveau, het schoolse leren (leerachterstanden/leervorderingen) en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling.
De IBO-differentiatietest (Individuele toets voor Beroepsonderwijs) is een test voor de intelligentiebepaling. Daarnaast geeft de test ook informatie over het niveau van het schoolse leren van het kind.
De IBO-toets is één van de factoren die bepaalt of een kind op het LWOO thuishoort. De test moet uitwijzen of er sprake is van leervoorwaarden-problematiek, en als dat het geval is, welke leergebieden dat dan betreft. Aan de hand daarvan kan er door het LWOO een toegesneden ondersteuningsprogramma uitgezet en aangeboden kan worden.
Wat betreft de intelligentie wordt voor de toelating tot het LWOO uitgegaan van een gemiddelde intelligentiescore van 75 tot en met 90 (oplopend tot maximaal 120 als er aantoonbare sociaal-emotionele problemen zijn die de leerprestaties negatief beïnvloeden).
Voor wat betreft de leerachterstanden wordt gekeken naar de prestaties op technisch lezen, begrijpend lezen, spellen en inzichtelijk rekenen. Als er op twee van de vier bovengenoemde onderdelen sprake is van een leerachterstand is de leerling, in combinatie met de intelligentiescore, toelaatbaar voor het LWOO.
Bij de bepaling van een geschikte school voor het voortgezet onderwijs zijn twee zaken van belang:
Het advies van de basisschool en De toelatingseisen van het voortgezet onderwijs. De directeur en de groepsleerkracht van groep acht van de basisschool geven aan het einde van het schooljaar, na overleg met het team, een schooladvies. Dit wordt ook wel het onderwijskundig rapport genoemd. Vaak baseert de basisschool het schooladvies op de eindtoetsen die op veel scholen worden afgenomen. Maar ook andere leerprestaties, de interesses en de motivatie van de leerling tellen mee. Scholen in het voortgezet onderwijs hechten vaak veel waarde aan dit schooladvies van de basisschool.
Indien nodig wordt nog een aanvullende toets, zoals de IBO-differentiatietest, afgenomen.