Onderwijsinspectie
Het basisonderwijs legt - de naam zegt het al - de basis voor al het daarop volgende onderwijs. Het is bedoeld voor alle kinderen vanaf vier jaar tot ongeveer twaalf jaar. Dat is het moment waarop ze naar het voortgezet onderwijs gaan.
In de Wet op het Primair Onderwijs staat een aantal opdrachten aan de school. Eén van die opdrachten is dat de school les moet geven in verschillende vakken. Per vak is aangegeven wat leerlingen moeten leren: de zogenaamde kerndoelen.
De onderwijsinspectie controleert of de scholen zich houden aan de wetten en regels die de overheid heeft gesteld. De Inspectie bezoekt de scholen en maakt een rapport over de kwaliteit van de school. Meer informatie hierover kunt u vinden op www.onderwijsinspectie.nl onder 'schoolwijzer'.
Scholen moeten leerlingen niet alleen kennis bijbrengen, maar ook vaardigheden en inzichten die ieder kind nodig heeft in deze tijd. Zo moeten de scholen aandacht besteden aan het feit dat we in ons land samenleven met mensen die (oorspronkelijk) uit een ander land komen en misschien een andere manier van leven hebben. Het is daarbij belangrijk dat kinderen de afkomst en gebruiken van andere mensen leren respecteren.
Scholen hebben ook de opdracht om niet uitsluitend aandacht te besteden aan de verstandelijke ontwikkeling van kinderen. Ook de creatieve, sociale, emotionele en lichamelijke ontwikkeling van het kind moet aandacht krijgen.
*