Onderwijsinspectie
De Onderwijsinspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs en op de naleving van wet- en regelgeving. Ook kijkt de inspectie naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van het verkrijgen en besteden van middelen voor het onderwijs. De inspectie informeert op zowel instellingsniveau als op stelselniveau over de resultaten van het toezicht.
De afgelopen jaren hebben onderwijsinstellingen meer ruimte gekregen het onderwijs in te richten naar eigen professionele inzichten. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun onderwijs en voor het bewaken hiervan. De Inspectie heeft haar toezicht aangepast, in de lijn van het kabinetsbeleid. Daarbij gaat de inspectie uit van het principe 'hoe beter de kwaliteit, hoe minder intensief het toezicht'.
De inspectie legt ook schoolbezoeken af. Alle scholen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs worden ten minste eenmaal in de vier jaar bezocht. In de regel kondigt de inspectie een bezoek aan. In de aankondiging van het bezoek wordt ook de reden van het bezoek aangegeven. De inspectie onderscheidt daarbij vijf soorten schoolbezoek:
- naar aanleiding van de risicoanalyse;
- te verificatie van door de scholen aangeleverde gegevens;
- voor het Onderwijsverslag;
- met een theam als uitgangspunt;
- als geen van bovengenoemde onderzoeken heeft plaatsgevonden; een beperkt onderzoek in het kader van de vierjaarlijkse cyclus schoolbezoek.
De inspectie publiceert het toezicht en de bevindingen, nadat het bestuur van een school is ingelicht. Voor iedere school is er een Toezichtskaart gemaakt, die op de website van de inspectie staat. Op de Toezichtskaart staat aangegeven hoe de school presteert. De score geldt voor de kwaliteit van het onderwijs (Kwaliteit) en voor de naleving van wet- en regelgeving (Naleving).
Meer informatie hierover kunt u vinden op www.onderwijsinspectie.nl.
*