Het Nederlandse basisonderwijs
In Nederland zijn ongeveer 7000 basisscholen die worden betaald met belastinggeld. Er zijn openbare scholen en bijzondere scholen.
Ongeveer eenderde van alle kinderen gaat naar een openbare school. Openbare scholen werken niet vanuit een bepaalde godsdienst of levensovertuiging. De openbare scholen staan open voor alle kinderen van welke godsdienst of levensbeschouwing dan ook. Als u voor uw kind levensbeschouwelijk onderwijs wilt, kan dat overigens wel op een openbare school. Een openbare school wordt meestal bestuurd door het gemeentebestuur, maar soms ook door een bestuurscommissie, een stichting of een openbaar rechtspersoon die de gemeente heeft ingesteld.
Ongeveer tweederde deel van alle kinderen gaat naar een bijzondere school. Er zijn allerlei bijzondere scholen. De meeste bijzondere scholen zijn rooms-katholiek of protestants-christelijk. Er zijn in Nederland verder joodse, islamitische, hindoeïstische, humanistische en Vrije scholen. Ook zijn er algemeen bijzondere scholen, die niet uitgaan van een speciale levensbeschouwing. Ten slotte zijn er scholen die hun onderwijs inrichten volgens een bepaalde opvoedings- en/of onderwijsmethoden, zoals Montessori-, Jenaplan-, Dalton- en Freinetscholen. Het kan daarbij gaan om openbare, maar ook om bijzondere scholen. Nutsscholen zijn een voorbeeld van algemeen bijzondere scholen die niet van een bepaalde levensbeschouwing uitgaan.
Bijzondere scholen worden bestuurd door een vereniging - waarvan ouders lid kunnen worden - of door een stichting.