Het Jenaplan onderwijs
In het Jenaplanonderwijs neemt het ontwikkelen van sociale eigenschappen, het aangaan van relaties en de aansluiting bij de werkelijkheid van het kind een belangrijke plaats in. Centrale uitgangspunten zijn de verschillen tussen kinderen, en dat kinderen zelfverantwoordelijk zijn voor hun leren.
Een Jenaplanschool heeft een onderbouw, middenbouw en bovenbouw. De leerlingen zitten per "bouw" in een andere stamgroep. In stamgroepen zitten kinderen van diverse leeftijden, ontwikkelingsniveaus enzovoort in tafelgroepen. Binnen stamgroepen zijn daarnaast interesse- of projectgroepen, die frequent van samenstelling wisselen, op basis van interesse of vriendschapsbanden.
Er zijn ook niveaugroepen. Hierin komt een grotere groep kinderen samen om instructies te ontvangen en soms de verwerking toe te passen. Hierbij vormen de vorderingen het criterium. Ten slotte kunnen er keuzegroepen geformeerd worden op basis van bijvoorbeeld een vierwekelijkse keuzeactiviteit, zoals koken, maskers maken of een vreemde taal.
Er zijn vier basisactiviteiten in een Jenaplanschool: gesprek, spel, werk en viering. Dagelijks vinden een of meerdere kringgesprekken plaats. Bij “werk” ligt in zogenaamde blokperiodes het accent op de zelfverantwoordelijkheid van kinderen. “Spel” is het vrijelijk omgaan met de werkelijkheid, op een creatieve wijze. Tot slot zijn de “vieringen” een terugkerende activiteit op de Jenaplanschool. Zij hebben onder andere de vorm van weekopeningen en - sluitingen.
Een Jenaplanschool heeft, in plaats van een rooster, een ritmisch weekplan. Sommige onderdelen zijn vast, bijvoorbeeld gymles en de weeksluiting. De stamgroepleider zorgt ervoor dat er van dag tot dag wel een bepaald ritme van de vier basisactiviteiten gehanteerd wordt.
Het klaslokaal is een leef- en werkgemeenschap. De “klaslokalen” waar de stamgroepen verblijven hebben de sfeer van een gewone huiskamer. Daarom worden ze ook wel schoolwoonkamers genoemd.
Meer informatie vindt u op
www.jenaplan.nl.