Traditioneel klassikaal
Onder klassikaal onderwijs wordt verstaan: onderwijs dat aan de hele klas tegelijk wordt gegeven. Het kan bijvoorbeeld gaan om een instructie, een vertelling of een gesprek met alle kinderen uit de groep. Het uitgangspunt is steeds dat de hele klas meedoet aan de activiteit. Bij de verwerking van de klassikale instructie kan de school de leerlingen verschillende opdrachten geven. De ene leerling maakt meer of andere opgaven dan een andere leerling. Op dat moment is er geen sprake meer van klassikale verwerking. Iedere leerling is bezig met andere verwerkingsopdrachten. Ook na een vertelling of een gesprek kan de school leerlingen op diverse manieren laten werken. De school is dan aan het "differentiëren".
Op bijna alle scholen komt klassikaal onderwijs voor. Wanneer op een school vrijwel uitsluitend van deze onderwijsvorm gebruik wordt gemaakt spreekt men van een klassikale school. Op een dergelijke school doen de leerlingen dus gezamenlijk mee aan vrijwel alle lessen en verwerken ze de lessen op nagenoeg dezelfde wijze. Op een overwegend klassikale school wordt minder aandacht besteed aan instructies aan kleine groepen of aan individuele leerlingen.
De meeste scholen bieden verschillende onderwijsvormen aan. De ene school werkt overwegend individueel, een andere school gebruikt klassikaal onderwijs naast individueel onderwijs. Dit heeft vaak te maken met de wijze waarop de leerlingen zijn ingedeeld in groepen.
Op veel scholen worden de leerlingen ingedeeld op basis van hun leeftijd. Zo zullen de leerlingen in groep 1 vaak vier of vijf jaar oud zijn. De leerlingen in groep 8 zijn vaak elf jaar aan het begin van het schooljaar. Sommige scholen kiezen er bewust voor leerlingen van verschillende leeftijden in een groep te plaatsen. Klassikaal onderwijs geven is dan vaak onmogelijk. De school zal er dan ook voor kiezen om uitleg te geven aan kleine groepen.
Ook in groepen met kinderen van dezelfde leeftijd wordt vaak in kleine(re) groepen gewerkt. De leerkracht past zich aan aan de verschillende niveaus binnen de groep. Uitleg aan de hele groep komt daardoor minder vaak voor. De leerlingen zijn immers niet allemaal met dezelfde thema's aan het werk.