Kan en mag een basisischool een leerling schorsen of van school verwijderen tegen de wil in van de ouders, als die leerling op de basisschool een ‘begeleidingstraject’ doorloopt?
Leerlingen kunnen van school worden gestuurd, ook al doorlopen ze een begeleidingstraject. Schorsing is voor een tijdje en verwijdering is voorgoed. Meestal gebeurt zoiets alleen als er sprake is van ernstig wangedrag.
Een schorsing valt onder het schoolbeleid. Bij ouders moet wel bekend zijn welke regels daarvoor gelden. Binnen het openbaar onderwijs is het besluit tot schorsing van een leerling, in principe een besluit dat open staat voor bezwaar en beroep; bij het bijzonder onderwijsbestaat deze beroepsmogelijkheid niet.
De beslissing over verwijdering van een leerling wordt genomen door het schoolbestuur. Voordat zo'n besluit wordt genomen, moeten eerst de groepsleraar en de ouders worden gehoord. Als het besluit eenmaal is genomen, mag een schoolbestuur de leerling niet onmiddellijk van school sturen. Het bestuur moet namelijk eerst proberen een andere school te vinden voor de leerling. Alleen als dat niet lukt -en daar moet een schoolbestuur tenminste 8 weken z'n best voor doen- mag de school de leerling de toegang tot school weigeren. Als het bestuur een leerling wil schorsen of verwijderen, dan moet het bestuur daarover met de ouders overleggen. Levert dat overleg niets op, dan kunnen de ouders aan de onderwijsinspectie vragen om te bemiddelen. Blijft het schoolbestuur bij zijn besluit, dan kunnen de ouders schriftelijk bezwaar aantekenen. In dat geval moet het schoolbestuur binnen vier weken eveneens schriftelijk op dat bezwaarschrift reageren. Als het schoolbestuur dan nog vasthoudt aan het besluit om de leerling te verwijderen, dan kunnen de ouders in beroep gaan bij de rechter.