Titel: Drie vormen van ambulante begeleiding
Binnen de ambulante begeleiding worden er drie vormen onderscheiden: de geïndiceerde begeleiding, de terugplaatsingsbegeleiding en de preventieve begeleiding. Hoewel die in veel opzichten identiek zijn, kennen ze toch allemaal hun eigen procedures.
1. Geïndiceerde begeleiding Ouders melden hun kind aan bij de Commissie voor Indicatiestelling (CvI) van het betreffende Regionaal Expertise Centrum (REC) in de regio waar zij wonen. De ouders kunnen op aanwijzing van de CvI een beroep doen op het REC voor het verkrijgen van begeleiding bij het samenstellen van het dossier ten behoeve van de indicatiestelling. Indien het kind een positieve indicatie krijgt, kunnen ouders er voor kiezen om hun kind aan te melden bij een reguliere school. In dat geval kunnen ouders vanuit het REC ondersteuning krijgen bij het zoeken naar een reguliere school die de leerling goed kan opvangen. Bij toelating wordt een handelingsplan opgesteld dat periodiek wordt aangepast en waarin afspraken staan over het onderwijs, de onderwijsdoelen en de inzet van de ambulante begeleiding. De ambulante begeleider kan ondersteuning geven bij het opstellen van het handelingsplan. Het plan wordt minimaal een per jaar met de ouders geëvalueerd.
2. TerugplaatsingsbegeleidingEr is een regeling (Ambulante Begeleiding) in geval van (terug)plaatsing van een leerling naar het reguliere onderwijs. Leerlingen die teruggeplaatst worden en die niet (meer) voldoen aan de indicatiecriteria van het REC, zullen gedurende enige tijd begeleiding moeten kunnen ontvangen. Voor deze begeleiding wordt mogelijk bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) een aantal begeleidingsplaatsen aan de scholen van een REC toegekend, dat ingezet wordt in de scholen zelf, of als het REC daarvoor kiest, bovenschools (centrale dienst) voor onderdelen van de dienstverlening of voor het totaal aan diensten.
3. Preventieve begeleiding:Scholen voor speciaal onderwijs geven ook ambulante begeleiding aan leerlingen die strikt genomen niet geplaatst te hoeven worden in het speciaal onderwijs. De verwachting daarbij is dat zo'n plaatsing wel ophanden is als er geen begeleiding kan worden gegeven. Ook in de toekomst zal er in het regulier onderwijs behoefte blijven bestaan aan dergelijke begeleiding. Deze vorm van begeleiden kan een brug slaan tussen datgene wat binnen de zorgstructuur van Weer Samen Naar School (WSNS) en VMBO kan worden gerealiseerd en dat wat binnen de zorgstructuur van het REC kan. Voor deze begeleiding wordt bij AMvB een aantal begeleidingsplaatsen aan de scholen van een REC toegekend. Deze formatie wordt ingezet op scholen voor regulier onderwijs of, als het REC daarvoor kiest, bovenschools (door bijvoorbeeld deel te nemen in een zorgplatform).
Het traject voor ambulante begeleiding hierbij zou er als volgt uit kunnen zien:
een gediagnosticeerd kind wordt aangemeld bij de daarvoor bestemde instantie;
daarna volgt de kennismaking en wordt de hulpvraag geïnventariseerd;
dan volgt de observatie en het dossieronderzoek.
De feitelijke begeleiding kan bestaan uit:
leerlingbegeleiding;
leerkrachtbegeleiding, liefst samen met de interne begeleider of de remedial teacher van de school;
begeleiding aan de leerkracht zo vaak als hij daar behoefte aan heeft en met de mogelijkheid van telefonische consultatie tussentijds;
teambegeleiding en voorlichting;
het op afroep beschikbaar blijven middels een telefonisch spreekuur ook na afloop van dit traject.