Probleemgedrag
Probleemgedrag is te onderscheiden in externaliserende en internaliserende problemen.
Externaliserende problemen zijn extroverte gedragingen zoals agressief of hyperactief gedrag, woedeaanvallen, delinquent gedrag en ongehoorzaamheid. Onder geëxternaliseerd gedrag wordt het gedrag verstaan waarmee men in de omgeving van het kind moeite mee heeft. Het kind is vaak opstandig en houdt zich niet aan de regels.
Internaliserende problemen verwijzen naar introverte gedragingen als angsten, zorgen, somatische klachten, depressie en sociale teruggetrokkenheid. Onder geïnternaliseerd probleemgedrag wordt het gedrag verstaan dat het kind zelf schade berokkent. De omgeving ervaart het kind dan niet als lastig. Angststoornissen, fobieën en zaken als zelfmutilatie vallen hieronder.
Een kind met een gedragsstoornis kan zijn gedrag nauwelijks sturen. Het onderscheid in een gedragsstoornis of een gedragsprobleem is van belang voor de behandeling. Een gedragsstoornis is niet goed te beïnvloeden van buitenaf en een gedragsprobleem wel.
Gedragsproblemen op school zijn vaak problemen die niet zo makkelijk te categoriseren zijn. Gedragsproblemen kunnen voortkomen uit een stoornis, aandoeningen, een handicap of uit een spaak gelopen ontwikkeling.
*