Blindheid
Blinde en slechtziende kinderen gaan net als andere kinderen naar school.
Er zijn speciale scholen waar alles aan hun behoeften is aangepast. Op die scholen wordt er met activiteiten rekening gehouden met de verschillende handicaps die ze hebben. De leerkrachten kunnen er braille lezen en schrijven, zodat ze dat ook aan de kinderen kunnen leren.
In Nederland zijn er zes speciale scholen voor visueel gehandicapte kinderen. Soms wonen de kinderen heel ver van zo’n school. Voor hen is er een internaat bij de school. Daar leren ze ook zaken die later nodig zijn om zelfstandig te kunnen wonen, zoals koken, lopen met een witte stok en zelfstandig reizen.
Het gebeurt steeds vaker dat blinde en slechtziende kinderen naar een “gewone school” gaan. Alleen gaat dat bij het ene visueel gehandicapte kind makkelijker dan bij het andere. Soms zijn er speciale aanpassingen nodig, zoals een ander kleur bord of een speciale werktafel voor de blinde of slechtziende. De leerling zal ook vaak wat extra hulp nodig hebben van de leerkracht. Het kan zijn dat de les daardoor wat langzamer gaat. Maar met wat wederzijds begrip hoeft dat geen probleem te zijn.
Het speciaal onderwijs is verdeeld in vier onderwijsclusters. De scholen voor kinderen met een visuele handicap en de scholen voor meervoudig gehandicapte blinde of slechtziende kinderen, vallen onder cluster 1. Ouders van een kind met visuele handicap kunnen hun kind zelf aanmelden bij de cluster 1-school. Deze kijkt vervolgens of hun kind kan worden toegelaten.
Dit cluster valt voorlopig nog buiten de Rugzakregeling. De scholen uit cluster 1 hebben afspraken gemaakt om kinderen te laten integreren in het reguliere onderwijs.
Voor meer informatie kunt u
hier klikken.