Wat moet ik me voorstellen bij een dyscalculie-onderzoek?
Het onderzoek naar dyscalculie bestaat uit een aantal onderdelen:
Intelligentie-onderzoek: dit deel van het onderzoek bekijkt of er binnen de intelligentie factoren aan te wijzen zijn die het rekenproces negatief kunnen beïnvloeden. Kinderen met dyscalculie hebben visueel-ruimtelijke problemen. Hierdoor hebben kinderen meer moeite met het plaatsen van cijfers in de getallenlijn. Maar ook andere intelligentiefactoren kunnen invloed hebben, bijvoorbeeld met logisch redeneren. Capaciteiten-onderzoek: bij dit deel van het rekenonderzoek worden de rekenvaardigheden in kaart gebracht. Er wordt onderzocht tot op welk niveau het kind de rekenvaardigheden beheerst. Dit deel is erg belangrijk om punten aan te geven voor de begeleiding van de dyscalculie. Kinderen met dyscalculie hebben vaak moeite met het correct uitvoeren van rekenprocessen. Ze missen het inzicht en hebben een zeer beperkt getalbegrip. Neuropsychologisch-onderzoek: Bij veel leerproblemen blijkt dat de processen met betrekking tot de leertaak niet vanzelf uitgevoerd worden. Er is een tekort aan automatisering. Kinderen met een automatiseringstekort rekenen traag en maken vrij veel rekenfouten. Ook de aandacht– en concentratiefactor speelt, samen met de verwerking van de informatie, een belangrijke rol binnen dit deel van het onderzoek.