Kenmerken dyslexie in de voorschoolse periode en in het basisonderwijs
Kenmerken van dyslexie die op de voorgrond treden in de voorschoolse periode en in het basisonderwijs:
Bij dyslectische kinderen hapert er iets in de samenwerking van de verschillende vaardigheden. Daardoor vertonen ze vaak een vertraagde of verstoorde taalontwikkeling. Dit kan het geval zijn, maar het hoeft niet!
Sommige dyslectische kinderen kunnen klanken die op elkaar lijken moeilijk uit elkaar houden, ze kunnen problemen hebben met de woordvinding, dat betekent dat ze wat moeite hebben om op woorden te komen, of om iets goed uit te kunnen leggen of te kunnen vertellen;
Of ze hebben moeite met de plaats van klanken in woorden (rusp in plaats van rups);
Het kan ook zijn dat ze rijmpjes en versjes niet goed kunnen onthouden, of dat ze moeite hebben met het automatiseren van namen van dagen van de week, maanden, seizoenen of kleuren;
Meestal kunnen ze niet onthouden wat links en wat rechts is;
Soms hebben dyslectische kinderen een slechte motoriek of coördinatie. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in de (slechte)schrijfmotoriek;
Als ze leren lezen valt op dat ze omkeringen maken (wie/wei), letters of lettercombinaties niet uit elkaar kunnen houden (b/d, u/v, m/n, eu/ui), dat ze soms van rechts naar links lezen in plaats van omgekeerd (maan/naam). Al hebben ze een woord al heel veel onder ogen gehad, toch hebben ze het woord nog steeds niet als geheel in het geheugen geprent. Let wel: alle beginnende lezers maken aanvankelijk dergelijke fouten als hierboven beschreven, alleen bij hen verdwijnen ze en bij leerlingen met dyslexie zijn ze zeer hardnekkig!
Ook bij het leren rekenen maken ze omkeringen (schrijven ze cijfers achterstevoren), of schrijven ze getallen in de verkeerde volgorde (21 in plaats van 12) en hebben ze moeite met het automatiseren van bijvoorbeeld de tafels. Opvallend bij het spellen is, dat dyslectische leerlingen vaak fonetisch schrijven (pir in plaats van peer, lopun in plaats van lopen) en dat ze bij de spelling van nieuwe woordjes weer op het fonetisch schrijven terugvallen, ook al kennen ze de spellingsregels. Het toepassen van spellingsregels blijft moeizaam (denk bijvoorbeeld aan leezen in plaats van lezen), de kinderen hebben daar vaak blijvend geheugensteuntjes bij nodig;
Vaak ontbreekt het dyslectische kinderen aan gevoel voor tijd en of ordening in de tijd. Klokkijken leren ze meestal pas laat en dan nog met veel moeite; ze kunnen dan beredeneren hoe laat het is, maar dan blijkt het klokkijken toch nog niet geautomatiseerd te zijn. Leerlingen met dyslexie hebben concentratieproblemen; ze zijn sneller vermoeid en afgeleid dan andere kinderen, omdat het leren hen meer inspanning kost.
Kijk voor meer informatie over dyslexie op
www.woortblind.nl of op
www.balansdigitaal.nl.