Faalangst
Faalangst is de angst om te mislukken in situaties waarin je wordt beoordeeld of denkt te worden beoordeeld. En die angst werkt belemmerend. Er wordt pas over faalangst gesproken als iemand zo gegrepen is door de angst voor mislukking dat zijn presteren er ernstig onder lijdt.
Kenmerken van faalangst zijn:
· de prestaties worden minder goed als het kind een toets of andere beoordeling moet doen;
· het kind neigt tot perfectionisme of langzaam werken;
· het kind geeft blijk van frustratie;
· het kind gaat moeilijke situaties uit de weg;
· het pakt verrijkingsstof niet aan;
· pas als het een bepaalde vaardigheid beheerst, komt het ermee naar buiten.
Er zijn drie soorten faalangst:
1. Cognitieve faalangst
Dit is de faalangst die te maken heeft met leren. Deze faalangst komt voornamelijk voort uit taakopdrachten, die te maken hebben met het schoolse leren. Het gaat dan om het oppakken van nieuwe leerstof, alswel het toetsen van de bestudeerde stof. Voor kinderen met cognitieve faalangst is het moeilijk te laten zien wat zij aan kennis hebben opgedaan. Het vooruitzicht van een toets of overhoring zorgt voor een piek in de cognitieve angst.
2. Sociale faalangst
Verlegenheid lijkt op sociale faalangst Het treedt op in een gesprek, in contact met anderen, een groep toespreken of gewoon bij de kassa. Het kind dat sociaal faalangstig is ervaart de school niet als een rustige, veilige plek. Het heeft telkens het gevoel dat het niet aardig of leuk wordt gevonden. Kinderen trekken op school de hele dag met elkaar op in groepsverband. Voor de een is dat heerlijk, voor een ander is dat een ramp. Om op een doelmatige manier met klasgenoten op te trekken is heel wat nodig. En een aantal kinderen heeft problemen in de sociale omgang met leerkrachten. Dat brengt hen in de problemen bij het vragen om uitleg, of als ze een antwoord moeten geven bij een overhoring.
3. Motorische faalangst
Er zijn kinderen die er vreselijk tegenop zien iets met hun lijf te moeten. Zij worden heel angstig worden bij vakken als tekenen, handvaardigheid en gymnastiek. Dit handelen lukt niet, omdat de angst om te mislukken voor een verkrampte houding zorgt.
Mengvormen
Cognitieve, motorische en sociale faalangst kunnen in combinatie met elkaar voorkomen. Een leerling die onverwacht voor de klas een beurt krijgt, kan geblokkeerd raken door alle ogen die hij of zij op zich gericht weet. Het feit dat de leerling de geleerde woordjes niet meer weet, vormt het cognitieve aspect, de rol van het publiek van klasgenoten het sociale aspect. Faalangst lijkt bovendien als een olievlek te werken: het begint op een klein afgebakend terrein, maar ongemerkt breidt de angst zich uit naar andere situaties.
Faalangst ontstaat dus in situaties waarbij iemand beoordeeld wordt of beoordeeld denkt te worden. Dit is ook het kenmerkende van faalangst: het treedt alleen op in bepaalde toestanden. Het is als het ware een afgebakende angst. Het kan voorkomen dat een "faalangstige" leerling alleen last heeft van faalangst bij het vak taal. Bij rekenen bijvoorbeeld kan het kind helemaal geen faalangst vertonen en gaat het juist met plezier aan het werk.
Er kan op een goede manier aan faalangst gewerkt worden. De leerkracht of remedial teacher zijn de eerstaangewezen personen om hiermee aan de slag te gaan.