Is hoogbegaafdheid een probleem?
Hoogbegaafdheid hoeft geen probleem te zijn. Het kan een probleem worden als er niet goed mee omgegaan wordt. Bijvoorbeeld als er zich situaties voor gaan doen zoals: niet graag naar school gaan, zich vervelen, onderpresteren, ‘onderduiken’, problemen in de omgang net andere kinderen, emotionele en motorische problemen. Het is een misvatting om te denken dat hoogbegaafde kinderen zichzelf wel redden. Zij moeten zich net als andere kinderen inzetten en ze hebben ook behoefte aan steun, begrip en begeleiding zowel thuis als op school. Dus: hoogbegaafdheid kan een reden tot extra zorg zijn, maar het hoeft niet!
Vroegtijdige onderkenning van hoogbegaafdheid is daarom van groot belang.
Wanneer een leerling als hoogbegaafd wordt beschouwd (en dus voor speciale begeleiding in aanmerking komt) moeten er allerlei beslissingen worden genomen. Vaak zijn dat in eerste instantie beslissingen die een groepsleerkracht neemt, maar uiteindelijk zal ook het team hierbij moeten worden betrokken om beleid te ontwikkelen. Voor de leerkrachten en voor de ouders moet duidelijk zijn waar de school voor staat en wat de school te bieden heeft aan een hoogbegaafde leerling. De school heeft hier een gedeelde verantwoordelijkheid met de ouders, omdat zij nooit de gehele begeleiding zelf kan uitvoeren. De schoolbegeleidingsdienst kan hierbij behulpzaam zijn.
Er zijn verschillende manieren van aanpak van hoogbegaafdheid. Er kan gekozen worden voor een vorm van differentiatie vanuit de gewone methode (bijv. door keuzeopdrachten laten doen), of voor verrijken of versnellen. De term verrijken wordt gebruikt om aan te geven dat een leerling andere oefenstof aangeboden krijgt, versnellen wordt gebruikt als een leerling sneller door de leerstof gaat. Als de school al doet aan ontwikkelingsgericht onderwijs kan het voor de hoogbegaafde leerling een handelingsplan opstellen. Hierin staat omschreven welke extra stof aan deze leerling wordt aangeboden.