Onderpresteren bij hoogbegaafdheid
Kinderen kunnen problemen hebben ongeacht hun capaciteiten. Problemen die echter vaak genoemd worden bij hoogbegaafde kinderen zijn: niet graag naar school gaan, zich vervelen, onderpresteren, “onderduiken”, moeilijk in sociale contacten en moeite met het uiten van emoties en motoriek .
Onderpresteren betekent dat een leerling “presteert beneden het niveau dat op grond van zijn intelligentie verwacht mag worden”. Onderpresteren
komt regelmatig voor bij hoogintelligente en hoogbegaafde kinderen en is meestal het gevolg van een complex geheel van factoren. Het is onmogelijk om in deze korte bijdrage volledig inzicht in deze problematiek te geven. Daarom is de informatie beperkt tot een aantal belangrijke punten.
Onderpresteren kan samenhangen met een aantal factoren (vaak ook in combinatie):
Het kind past zich naar beneden toe aan in de hoop beter door de groep geaccepteerd te worden (onderduiken);
Demotivatie door een lesaanbod op een te laag niveau en door te weinig uitdaging;
Gebrekkige leerstrategieën, ontstaan door onvoldoende uitdaging en begeleiding op de basisschool;
De leer- en denkprocessen van het kind zijn anders dan die van een gemiddeld kind. Aangezien het lesaanbod op het gemiddelde is afgestemd, sluit de manier waarop de stof wordt aangeboden voor sommige kinderen niet aan op de manier waarop zij de stof opnemen.
Het is een misvatting om te denken dat hoogbegaafde kinderen, vanwege hun hoge intelligentie, zichzelf wel redden. Dat is niet waar. Ook zij moeten zich net als andere kinderen inzetten voor hun werk en ook zij hebben behoefte aan steun, begrip en begeleiding zowel thuis als op school.
Hoogbegaafdheid kan een reden tot extra zorg zijn, omdat leerlingen die hoogbegaafd zijn ook in zekere zin
anders zijn. Ze zijn immers zo slim dat ze niet goed op hun niveau kunnen werken als ze het tempo van de klas moeten volgen.
Er zijn verschillende manieren van aanpak van hoogbegaafdheid. Er kan gekozen worden voor een vorm van differentiatie vanuit de gewone methode (bijvoorbeeld door keuzeopdrachten te laten doen), voor verrijken of versnellen. De term verrijken wordt gebruikt om aan te geven dat een leerling andere oefenstof aangeboden krijgt, versnellen wordt gebruikt als een leerling sneller door de leerstof gaat.
Wanneer geconstateerd is dat een leerling hoogbegaafd is, zal bekeken moeten worden welke aanpak het beste is. Dat zal niet alleen een beslissing kunnen zijn van de leerkracht maar dat moet beleid worden van het hele team. Voor de leerkrachten en voor de ouders moet duidelijk zijn waar de school voor staat en wat de school te bieden heeft met betrekking tot hoogbegaafdheid. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid van school en ouders. De school kan nooit de gehele verantwoordelijkheid voor de begeleiding zelf dragen.
Vroegtijdige onderkenning van hoogbegaafdheid is van belang. De schoolbegeleidingsdienst kan hierbij behulpzaam zijn.
Meer informatie vindt u op
www.infohoogbegaafd.nl.