Overgaan en zittenblijven in het Voortgezet Onderwijs
De directeur stelt voor iedere leerling de eindcijfers vast. Het eindcijfer is het gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen. Alle eindcijfers samen bepalen of een leerling is geslaagd voor het eindexamen. Voor vakken met alleen een schoolexamen is het cijfer voor het schoolexamen - na afronding - het eindcijfer.
Leerlingen zijn in ieder geval geslaagd, als zij voor alle examenvakken eindcijfers van 6 of hoger hebben gehaald. Bij de examens in het havo en vwo mag een leerling niet meer dan twee onvoldoendes hebben, waarvan ÈÈn vier en ÈÈn vijf of twee vijven. Lager dan een vier mag niet. Bovendien mag voor de vakken in het profieldeel ten hoogste ÈÈn onvoldoende zijn behaald. Het profielwerkstuk en de vakken culturele en kunstzinnige vorming 1 Èn lichamelijke opvoeding 1 moeten 'voldoende' of 'goed' zijn.
Bij examens in het vmbo mag een leerling ÈÈn vijf hebben als alle andere eindcijfers 6 of hoger zijn. Hij mag ten hoogste ÈÈn vier of twee vijven hebben, als alle andere eindcijfers 6 of hoger zijn Èn ten minste ÈÈn zeven of hoger. Daarbij geldt dat lichamelijke opvoeding, het kunstvak in het gemeenschappelijk deel en het sectorwerkstuk altijd 'voldoende' moeten zijn of 'goed'. Daarnaast is het zo, dat het eindcijfer van het afdelingsvak of intrasectorale programma in de beroepsgerichte leerwegen twee keer meetelt in de uitslagregeling.