Examens in het voortgezet onderwijs
In de laatste twee jaar van het voortgezet onderwijs bereiden de leerlingen zich voor op het examen. Leerlingen in het vwo zijn hier de laatste drie jaar mee bezig. Het grootste deel van de lesuren in deze laatste jaren wordt besteed aan de examenvakken. De leerlingen van het vmbo gaan bovendien in het derde of vierde jaar meestal op stage.
In welke vakken de leerlingen precies examen doen, hangt af van de schoolsoort (vmbo havo, vwo) en de gekozen sector of het gekozen profiel.
Het eindexamen bestaat in de regel uit twee delen: het schoolexamen en het centraal examen. Het centraal examen is gelijk voor alle leerlingen van dezelfde onderwijssoort. Alle leerlingen in Nederland moeten dus aan het einde van hun laatste jaar over hun verplichte en hun keuzevakken dezelfde examenvragen beantwoorden.
De scholen stellen zelf het schoolexamen op, maar het ministerie van OCenW bepaalt wel wat de onderwerpen zijn.
Het ministerie bepaalt de programma's voor het gehele eindexamen. Hierin staat voor ieder vak wat de examenstof is en hoe de examenstof is verdeeld over het schoolexamen en het centraal examen. In het eindexamenprogramma staat bovendien uit hoeveel toetsen het centraal examen bestaat en hoe lang deze toetsen duren. Voor het schoolexamen bepaalt de school zelf het aantal toetsen.
Iedere school heeft een examenreglement. Hierin staat onder andere hoe de gang van zaken is tijdens het examen: wat mag er wel en wat mag er niet? Ook staat er in het reglement welke maatregelen de directeur van de school kan nemen, als er zich onregelmatigheden voordoen. Bijvoorbeeld: wat mag de directeur doen als een leerling spiekt of te laat komt? Daarnaast vertelt het reglement welke beroepsmogelijkheden ouders en leerlingen hebben en hoe de commissie van beroep is samengesteld.
Naast het examenreglement heeft iedere school een programma van toetsing en afsluiting. Hierin staat onder andere hoe de examenstof is verdeeld over het schoolexamen en welke lesstof wanneer wordt getoetst. Er staat ook in hoe de cijfers voor het schoolexamen tot stand komen: hoe zwaar alles meetelt, enzovoort.
De school moet het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting vóór 1 oktober naar de onderwijsinspectie sturen. De eindexamenkandidaten kunnen reglement en programma vanaf die datum op school inzien. Een aantal scholen geeft alle leerlingen zelf een exemplaar.
De scholen maken zelf de toetsen voor het schoolexamen; ze moeten zich daarbij wel houden aan het officiÎle examenprogramma. Ook bepalen de scholen zelf wanneer ze welke vakken toetsen. Het schoolexamen bestaat doorgaans uit twee of meer toetsen per vak. Dit kunnen mondelinge, praktische en schriftelijke toetsen zijn. De toetsen worden nagekeken door docenten van de eigen school. Voordat het centraal examen begint, moet de school de cijfers van het schoolexamen voor de vakken die centraal worden geëxamineerd, bekendmaken aan de leerlingen.
In het vmbo, havo en vwo bestaat het schoolexamen voor een deel uit toetsen met open en gesloten vragen, en voor een ander deel uit praktische opdrachten. Toetsen en praktische opdrachten worden beoordeeld met een cijfer. Er zijn ook praktische onderdelen waarvan slechts wordt beoordeeld of die wel of niet naar behoren zijn uitgevoerd. Dit zijn de zogenaamde handelingsdelen.
Het schoolexamen in havo en vwo omvat ook een profielwerkstuk. Dit is een uitgebreide praktische opdracht waarbij één vak uit het profieldeel is betrokken. Het profielwerkstuk toetst vaardigheden in combinatie met kennis en inzicht. Tevens is het profielwerkstuk bedoeld om de samenhang en integratie van leerstofonderdelen binnen een profiel te bevorderen.
Het schoolexamen in de theoretische en de gemengde leerweg in het vmbo omvat een sectorwerkstuk. Ook dit is een praktische opdracht. Hierbij is meer dan één vak uit het sectordeel betrokken.
Als u precies wilt weten hoe uw school het schoolexamen heeft geregeld, dan kunt u altijd contact opnemen met de school. In eerste instantie kunt u zich dan het beste tot de klassenleraar of -lerares richten of tot een van de vakdocenten. Maar ook de directie van de school zal bereid zijn om eventuele vragen te beantwoorden.
Het centraal examen kent drie tijdvakken. Het eerste is in mei, het tweede in juni en het derde in augustus.
In mei doen alle leerlingen examen. Als de uitslag hiervan is vastgesteld, kunnen alle leerlingen in juni één vak herkansen. Leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo mogen bovendien het praktisch examen of de centrale eindtoets van het beroepsgerichte programma herkansen.
Leerlingen die in het eerste tijdvak om een geldige reden (bijvoorbeeld ziekte) niet in alle vakken examen kunnen afleggen, mogen in het tweede tijdvak alsnog in twee vakken per dag examen doen. Zo nodig wordt in het derde tijdvak examen gedaan in de resterende vakken.
Voor iedere school wijst de minister zogeheten gecommitteerden aan. Dit zijn leraren van andere scholen. Deze gecommitteerden controleren of de centrale examens wel voldoende objectief worden nagekeken. Eerst kijkt de leraar van de eigen school de examens na en daarna doet de gecommitteerde dat. Wanneer het cijfer van de docent en dat van de gecommitteerde verschillen, dan bepalen deze in onderling overleg het uiteindelijke cijfer.
Voor de eindexamens is een speciale internetpagina ingericht: www.eindexamen.nl
De leerlingen die het eindexamen volledig hebben afgelegd, mogen na het vaststellen van de uitslag één vak herkansen in juni (tweede tijdvak) en eventueel in augustus (derde tijdvak). Het hoogste cijfer geldt dan als definitief cijfer voor het centraal examen. Iedere eindexamenkandidaat krijgt van de directeur van de school een cijferlijst. Op deze lijst staan de cijfers voor het schoolexamen, de cijfers voor het centraal examen en de eindcijfers. Ook de uitslag van het eindexamen staat hierop vermeld. Wie geslaagd is, krijgt daarnaast een diploma.
Sommige leerlingen kunnen op een andere manier examen doen. Leerlingen met een handicap, zoals woordblindheid (dyslexie), kunnen soms extra tijd krijgen om het examen af te leggen. Dat moet dan wel door de school aan de inspectie gemeld worden. Overigens is daarvoor een verklaring van een deskundige vereist.
Maar ook leerlingen voor wie Nederlands niet hun moedertaal is en die niet langer dan zes jaar onderwijs in Nederland hebben gevolgd, kunnen op een aangepaste manier examen doen.
Leerlingen die in het laatste leerjaar lang ziek zijn geweest, kunnen het eindexamen spreiden over twee schooljaren. Datzelfde geldt voor leerlingen die door bijzondere omstandigheden het laatste leerjaar niet naar school konden gaan. In al deze gevallen moet het bestuur van de school of de directeur beslissen of een leerling inderdaad voor zoín aangepast examen in aanmerking komt.
Leerlingen kunnen later alsnog hun diploma halen in het vavo, het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Daar kunnen mensen die nog geen diploma hebben, examen doen in de vakken die ze eerder niet hebben gehaald. De vakken die ze wel hebben gehaald hoeven ze niet opnieuw te doen.
In het vavo gelden leeftijdsgrenzen. Wie het vmbo-diploma theoretische leerweg, het havo- of vwo-diploma wil halen, moet minimaal 18 jaar zijn.
De kandidaten kunnen hun diploma ook verkrijgen door in de nog ëontbrekendeí vakken staatsexamen af te leggen. Meer informatie over de staatsexamens is te verkrijgen bij de Informatie Beheer Groep (IB-groep), telefoonnummer 050 - 599 77 55.
Bij vragen over het centraal examen (over de inhoud of de zwaarte van de vakken, over zakken en slagen, over mogelijke onregelmatigheden, enzovoort) kunt u het beste contact opnemen met de school. Als u een specifieke klacht heeft over bijvoorbeeld vragen in het examen en de school is het daarin met u eens, dan kan de school uw klacht doorgeven aan de Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven (CEVO). De CEVO zorgt dan voor de verdere behandeling.
Als naar uw mening een examen niet volgens de regels is afgenomen, kunt u daarover contact opnemen met de inspectie van het onderwijs. Deze gaat na of de klacht gegrond is en of eventueel in het belang van de leerling een examen ongeldig moet worden verklaard. In dat geval moet het examen in een volgend examentijdvak opnieuw worden afgelegd.
Tijdens de eindexamenperiode is de eindexamenklachtenlijn van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) geopend. Het LAKS verzamelt de klachten en probeert problemen op te lossen. Het telefoonnummer van de klachtenlijn wordt ieder jaar bekendgemaakt via posters op de school en via de eindexamenkrant van het LAKS.