Het verschil tussen atheneum en gymnasium
De formele verschillen tussen gymnasium en atheneum zijn gemakkelijk op te sommen. Op het gymnasium krijg je in de eerste klas Latijn en vanaf de tweede Grieks. Doordat gymnasiumleerlingen minder lessen in de Moderne Vreemde Talen en Nederlands hebben, is het aantal lesuren voor gymnasium en atheneum gelijk. In feite is het gymnasium bedoeld voor die leerlingen, die meer willen en ook kunnen. Binnen dezelfde tijd meer leren is de uitdaging die aan deze leerlingen wordt geboden. Dus het gaat er niet om dat je graag meer huiswerk maakt, nee het gaat erom dat je, door efficiënt te werken in dezelfde tijd meer doet. Zeker voor leerlingen die op de basisschool het gevoel hadden dat ze nooit heel hard hoefden te werken en zelden iets moeilijk vonden, is het gymnasium dan ook een goede keuze.
Het is ook bekend dat de invloed van de eerste jaren in het voortgezet onderwijs erg bepalend is voor het functioneren in de jaren daarna. Als de lat te laag gelegd wordt en de leerlingen eenmaal gewend zijn aan een laag tempo, is dit niet meer omhoog te krijgen. Het verschil zit niet in het diploma dat leerlingen na zes jaar krijgen. Zowel een atheneum- als gymnasiumdiploma verschaft toegang tot de universiteit. Het verschil is dat er aan de gymnasiumleerling hogere eisen gesteld worden op het gebied van tempo. Daardoor zal hij idealiter veel efficiënter leren leren. Gegeven het feit dat door de snelle opvolging van ontwikkelingen in onze maatschappij mensen gedwongen worden om zich te blijven bijscholen, is dit aspect van het onderwijs misschien wel het belangrijkste geworden van allemaal. Voorwaarde om het leuk te vinden op het gymnasium (en dat is ook heel belangrijk) is dat de leerling geïnteresseerd moet zijn in de geschiedenis en vooral de talen en de cultuur uit de Oudheid. Hij moet nieuwsgierig zijn, willen weten waarom het zo geworden is. Intellectuele vaardigheden zijn vergelijkbaar met spieren. Als je aan het begin van je carrière te weinig traint, zul je nooit het topniveau halen.
Afgezien van het bovenstaande is er nog een verschil tussen het gymnasium en het atheneum. Na de basisvorming krijgt iedere gymnasiast het vak klassieke culturele vorming in plaats van culturele en kunstzinnige vorming (hoewel dit laatst genoemde vak alsnog in het vrije deel kan worden aangeboden).
Wat de profielen betreft, het volgende. Iedere gymnasiast doet eindexamen in één van de klassieke talen of beiden. Maken deze talen geen deel uit van het eindexamenpakket dan doe je dus vwo atheneum en geen vwo gymnasium. Voor het behalen van een vwo-diploma zijn de klassieke talen in geen van de profielen verplicht. Het is dus een kwestie van wel of geen gymnasium willen doen. In het profiel cultuur en maatschappij worden de klassieke talen nog het meest genoemd als optie. Klassieke talen heb je voor vrij weinig vervolg- en beroepsopleidingen echt nodig. Verder is er maar een kleine groep van beroeps-en vervolgopleidingen waarbij ze sterk gewenst/handig zijn. Voorbeelden: theologie, archeologie, klassieke talen, (klassieke en middeleeuwse) geschiedenis en dergelijke. Verder is het ook handig als je een moderne Europese taal wilt gaan studeren vanwege je inzicht in grammatica, de herkomst van woorden, en dergelijke. Kortom, echt nodig is het meestal niet om gymnasium in plaats van atheneum te doen. Het is een kwestie van 'willpower' en dorst naar kennis of je deze verrijking aan je vorming wilt toevoegen.
*