Leerplicht
Tot een bepaalde leeftijd bestaat er in Nederland een leerplicht voor alle kinderen. Die leerplicht is vastgelegd in de Leerplichtwet 1969 waar ouders Èn leerlingen zich aan moeten houden. De wet gaat er namelijk van uit dat leerlingen vanaf hun twaalfde zelf de verantwoordelijkheid hebben om naar school te gaan. Als zij dat niet doen (en langdurig spijbelen), dan kunnen ze een boete krijgen. In het ergste geval riskeren ze zelfs een gevangenisstraf.
Elke leerling heeft wel eens een dag geen zin om naar school te gaan. Dat moet echter wel. De Leerplichtwet 1969 verplicht ouders om ervoor te zorgen dat hun kinderen naar school gaan. Maar ook de leerlingen zÈlf zijn vanaf hun twaalfde jaar verantwoordelijk voor hun aanwezigheid op school. Bij herhaalde afwezigheid van een leerling of na drie dagen afwezigheid zonder dat daarvoor een redelijke verklaring wordt gegeven, waarschuwt de school de gemeente. De leerplichtambtenaar zal dan een onderzoek instellen en controleren of de school, de ouders en de leerling zich aan de wet houden.
Leerlingen die vallen onder de Wet op de Studiefinanciering lopen het gevaar de tegemoetkoming te verliezen als ze zonder geldige reden langer dan vijf weken afwezig zijn.
Als een leerling volgens de directeur van de basisschool voldoende geschikt is voor aansluitend voortgezet onderwijs, kan de leerling worden toegelaten tot het eerste jaar van een school voor voortgezet onderwijs.
Als een leerling volgens de basisschool nog ongeschikt is voor de overgang naar het voortgezet onderwijs, kan deze op de basisschool blijven tot en met het schooljaar waarin hij veertien jaar wordt.Onder bepaalde voorwaarden kunnen leerlingen vanaf hun veertiende jaar een alternatief leertraject volgen. Ze gaan dan naar school, maar werken daarnaast ook in de praktijk.
In het laatste schooljaar dat zij leerplichtig zijn, kunnen leerlingen ingeschreven worden bij een instelling voor gedeeltelijke leerplicht. Dat houdt in dat ze ten minste twee dagen per week naar school gaan. Als ze een beroepspraktijkovereenkomst hebben in een bepaalde bedrijfstak (in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs), dan zijn ze (minstens) ÈÈn dag per week leerplichtig.
Na het schooljaar waarin ze zestien jaar worden, zijn leerlingen niet meer volledig leerplichtig. Zolang ze zestien jaar zijn, moeten ze twee dagen naar school. Partieel leerplichtige jongeren moeten een leer-/werkovereenkomst hebben bij een werkgever of ingeschreven zijn bij een Regionaal Opleidings Centrum (ROC). De volledige leerplicht eindigt ook als de leerling twaalf volledige schooljaren (gerekend vanaf het begin van de leerplichtige leeftijd) ÈÈn of meer scholen heeft bezocht.
Vanaf het moment dat leerlingen niet meer volledig leerplichtig zijn, is het onderwijs ook niet meer gratis. Dat geldt dus vanaf het schooljaar nadat de leerling zestien jaar is geworden. Ouders en - na hun achttiende verjaardag - leerlingen zijn op dat moment verplicht om lesgeld te betalen. Tot de 21ste verjaardag van hun kind blijven ouders overigens financieel voor hem of haar verantwoordelijk.
Leerlingen tot zestien jaar die door een vroeg huwelijk wettelijk meerderjarig zijn, blijven toch leerplichtig.
Zie voor meer informatie
www.lvla.nl.