Moment van schoolkeuze
Ouders hebben de vrijheid zelf te kiezen welke school zij voor hun kind wensen. In de praktijk wordt de keuze alleen beperkt door het advies van de basisschool en de toelatingseisen voor de leerwegen in het VMBO en voor HAVO en VWO. Leerlingen moeten het onderwijs immers "aankunnen". Een leerling mag niet aan een opleiding beginnen waarvoor hij of zij geen positief advies heeft. Hij of zij kan bijvoorbeeld niet naar het HAVO wanneer hij of zij een VMBO-advies heeft. Een school mag een leerling niet voorwaardelijk toelaten.
Wanneer ouders hun kind bij een school inschrijven, moeten zij het sociaal-fiscaal nummer (sofi-nummer) van hun kind opgeven. Dit nummer ontvangen zij van de belastingdienst. Leerlingen zonder sofi-nummer krijgen van de Informatie Beheer Groep een speciaal nummer, het zogenaamde onderwijsnummer. Als een leerling zo'n nummer heeft, moeten de ouders dat bij inschrijving aan de school melden.
Als u gaat bepalen welke school voor voortgezet onderwijs het meest geschikt is, heeft u te maken met in ieder geval twee zaken:
het advies van de basisschool;
de toelatingseisen bij VMBO, HAVO en VWO.
De directeur en de groepsleraar van groep 8 van de basisschool geven, na overleg met het team, in de loop van het laatste basisschooljaar een schooladvies (officieel: het onderwijskundig rapport). Vaak baseert de basisschool het advies op de eindtoetsen die op veel scholen worden afgenomen. Maar dat is zeker niet het enige. Ook de andere leerprestaties wegen mee, en natuurlijk de interesses en motivatie van de leerling. Het geheel moet in onderlinge samenhang worden bekeken.
Op grond van al deze gegevens schat de school in welk niveau de leerling waarschijnlijk met succes kan volgen: leerwegondersteunend onderwijs, VMBO, HAVO of VWO.
Alle basisscholen moeten het schooladvies op papier zetten en aan de ouders geven. De meeste scholen geven een uitgebreide - mondelinge - toelichting op de eindtoets en het advies. Ook geven ze voorlichting over de keuzemogelijkheden in het voortgezet onderwijs bij u in de omgeving.
Uiteraard hechten scholen voor voortgezet onderwijs veel waarde aan het schooladvies (het "onderwijskundig rapport") van de basisschool. Dit advies is bij wet voorgeschreven. Een school voor VMBO theoretisch, HAVO of VWO kan ook zelf onderzoeken of een kind geschikt is. Dat kan op verschillende manieren: een toelatingsexamen laten afleggen, proefklassen vormen of onderzoek doen naar kennis en inzicht in het laatste jaar van de basisschool (de eindtoets). Een schoolbestuur kan voor toelating ook een minimumscore eisen op de eindtoets van de basisschool. Soms laten scholen een psychologisch onderzoek uitvoeren. Maar dat gebeurt alleen als de ouders het daarmee eens zijn.
De meeste scholen voor voortgezet onderwijs hebben kennismakingsavonden of -middagen voor ouders, zogenaamde open dagen. Daar worden ouders (en leerlingen) in grote lijnen voorgelicht over de mogelijkheden die de school biedt, de manier waarop men onderwijs geeft en wat de school verder doet aan extra activiteiten. Is de keuze eenmaal gemaakt en wordt de leerling toegelaten, dan volgt vaak nog een informatiebijeenkomst waarin ouders nader worden geÔnformeerd over wat de leerling in de basisvorming te wachten staat. Voor de leerlingen is er meestal aan het begin van het eerste schooljaar een kennismakingsperiode.