Schoolkeuzetoetsen
Toetsen
Er zijn twee toetsen die vaak gebruikt worden in groep 8 om de keuze voor een school voor middelbaar onderwijs te ondersteunen. Dit zijn de Cito-eindtoets en de ISI. De Cito-eindtoets stelt vast wat een leerling na acht jaar basisonderwijs aan leerstof heeft opgepikt. De ISI (afkorting voor Intelligentie, Schoolvorderingen, Interesse) bestrijkt meer gebieden. Meestal wordt alleen het intelligentiegedeelte afgenomen. Net zoals de Drempeltest van Eduforce meet de ISI kennis- en aanlegfactoren. Hierbij gaat het om de achterliggende intelligentiefactoren die als het ware de voorwaarden vormen om tot schools leren te kunnen komen. Cito en ISI laten zich niet uit over een aantal belangrijke persoonlijkheidskenmerken zoals leermotivatie, zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen.
Het Inrichtingsbesluit WVO (Wet op het Voortgezet Onderwijs) geeft aan dat een leerling toelaatbaar is tot het voortgezet onderwijs van wie de basisschool oordeelt dat de grondslag voor het volgen van voortgezet onderwijs voldoende aanwezig is. Daarnaast wordt de toelating mede gebaseerd op een onafhankelijk onderzoek en daarvoor worden vaak bovengenoemde toetsen gebruikt. Scholen voor voortgezet onderwijs reageren heel verschillend: de ÈÈn hecht meer waarde aan het basisschooladvies; de ander meer aan de uitslag van bijvoorbeeld de Cito-score. In de meeste gevallen wegen zowel de toets-score als het advies van de leerkracht mee.
Er zijn situaties bekend (bijvoorbeeld in Amsterdam) waar scholen voor voortgezet odnerwijs alleen maar afgaan op de uitslag van de Cito-eindtoets. Hiertoe is besloten omdat te veel leerlingen te hoog grepen bij hun keuze en daarom in het vervolg van de schoolloopbaan veel eerder de kans liepen om zonder dilpoma de school te verlaten.