De openbare schoolidentiteit
Het openbaar onderwijs heeft een bijzondere plaats in de samenleving. Op openbare scholen zijn namelijk alle leerlingen welkom. Het maakt niet uit waar de leerling vandaan komt, wat de ouders verdienen, van welke godsdienst of levensbeschouwing ze thuis zijn, wat de seksuele geaardheid is, of dat hij of zij gehandicapt is: de openbare school discrimineert niet en laat iedere leerling toe.
De openbare school bereidt kinderen voor op hun deelname aan het vervolgonderwijs en vervolgens op de maatschappij door ze op te leiden tot een diploma waarmee ze startbekwaam tot de arbeidsmarkt toetreden. Daarnaast wil de openbare school haar leerlingen opleiden tot actieve en sociaal betrokken burgers, die initiatief nemen in het mede vorm geven aan de samenleving.
Op de openbare school komen kinderen actief in contact met leerlingen uit verschillende landen en culturen, met verschillende levensbeschouwingen en met een verschillende sociaal economische achtergrond. Vanuit deze pluriformiteit brengt de openbare school de leerlingen een open opstelling ten opzichte van anderen bij. Zij laat de leerlingen de ander kennen, begrijpen en waarderen. De verschillen en overeenkomsten worden als uitgangspunt genomen om de kinderen effectief voor te bereiden op het deelnemen aan de Nederlandse samenleving, waarin een brede schakering voorkomt aan overtuigingen en levenswijzen.
De openbare school vormt een bijzondere waardengemeenschap. Zij is in principe neutraal, maar niet passief. Voor de openbare school is het essentieel dat leerlingen, ouders en leerkrachten respectvol en betrokken staan ten opzichte van elkaar, of het nu gaat om een ander geloof, een andere etniciteit, geaardheid of wat dan ook.
De wet voorziet in de mogelijkheid dat het voor ouders altijd mogelijk moet zijn hun kind naar een openbare school te sturen. De zogenoemde garantiefunctie. Het openbaar onderwijs heeft deze functie vanuit het gegeven dat zij geen leerlingen mag weigeren.