Inleiding op het HAVO
Het HAVO duurt vijf jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het HBO (hoger beroepsonderwijs). Met een bewijs dat de eerste drie leerjaren havo met gunstig gevolg zijn doorlopen, kan een leerling doorstromen naar een vakopleiding of een middenkaderopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs.
In het HAVO heeft een leerling de keuze uit vier profielen. Een profiel bestaat uit een samenhangend onderwijsprogramma dat de leerling voorbereidt op een opleiding aan een hogeschool. Door die aansluiting kan ook het aantal studenten dat het hoger onderwijs voortijdig verlaat, beperkt blijven.
Er zijn vier profielen:
natuur en techniek;
natuur en gezondheid;
economie en maatschappij;
cultuur en maatschappij.
Elk profiel heeft een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is. Daarnaast is er een profieldeel dat elk van de profielen kenmerkt. Ten slotte is er een vrij deel. Deze vrije ruimte kan de leerling gebruiken om vakken te volgen uit een ander profieldeel. Dat vergroot de mogelijkheden van leerlingen om door te stromen naar het hoger onderwijs.
In het havo is het onderwijs opgebouwd rond het studiehuis. Daarbij gaat het niet om een gebouw. Met het begrip studiehuis doelen we vooral op begeleiding door de docent, die erop is gericht de leerlingen in toenemende mate zelfstandig hun werk te laten doen.
De hoeveelheid werk voor de leerlingen wordt uitgedrukt met het begrip 'studielast'. Met studielast wordt bedoeld de hoeveelheid tijd die de gemiddelde leerling nodig heeft om zich een bepaalde hoeveelheid leerstof eigen te maken. Het gaat niet alleen om het volgen van de lessen op school, maar ook om de voorbereiding daarvan thuis. Werkstukken schrijven, boeken lezen, een mediatheek gebruiken en deelnemen aan excursies horen ook bij de studielast.
De studielast is gebaseerd op de volgende rekensom: een leerling besteedt gedurende 40 weken per jaar 40 uur per week aan zijn of haar opleiding. Dat komt neer op een studielast van 1600 uur per jaar. De studielast voor de tweede fase van het havo is dus 3200 uur (verspreid over twee jaren).
In de vrije ruimte moet op het HAVO in die tijd een derde moderne vreemde taal worden gegeven.
HAVO-leerlingen moeten aan het begin van het vierde leerjaar ÈÈn van de profielen kiezen. Daarnaast kunnen zij ervoor kiezen hun opleiding voort te zetten in een vakopleiding of middenkaderopleiding van het middelbaar beroepsonderwijs. Op dat moment moet dus duidelijk zijn in welke beroeps- of studierichting ze zich verder kunnen en willen ontwikkelen.
De keuze van het profiel is daarom belangrijk. Het profiel waarin eindexamen is gedaan, bepaalt namelijk vaak welke mogelijkheden er zijn om verder te studeren in vakopleidingen en middenkaderopleidingen van het middelbaar beroepsonderwijs of het hoger beroepsonderwijs.
Het eindexamen valt in twee delen uiteen. Het ene deel is een centraal examen dat per vak voor elke leerling gelijk is. Naast het centraal examen is er ook een deel dat de school organiseert en daarom ëschoolexamení of 'schoolonderzoek' wordt genoemd.
Het schoolexamen heeft de vorm van een examendossier. Zo'n dossier kan een cijferlijst of een examenboekje zijn, maar ook een map met werkstukken. De eisen die aan het schoolexamen worden gesteld, zijn neergelegd in de examenprogrammaís. Het centraal examen wordt in het laatste schooljaar afgenomen. Sommige vakken met alleen een schoolexamen kunnen al eerder, bijvoorbeeld aan het einde van het vierde schooljaar, worden geÎxamineerd.
HAVO-leerlingen die hun eindexamen hebben gehaald, kunnen doorstromen naar het VWO. Dat kan zowel binnen de school als op een andere school. De nieuwe school kan wel aanvullende eisen stellen, zoals goede cijfers. Scholen maken vaak onderling afspraken over het doorstromen van leerlingen. Ze weten vaak van elkaar welke eisen ze stellen aan leerlingen die willen doorstromen. U kunt daar uiteraard van te voren naar informeren.