Tweetalig Onderwijs
Tweetalig onderwijs (tto) houdt in dat bij niet-talenvakken als bijvoorbeeld geschiedenis en biologie een andere taal dan de moedertaal als instructie- en communicatietaal wordt gebruikt. In Nederland bestaat deze vernieuwende onderwijsvorm sinds 1989 en betreft het veelal tweetalig vwo Engels-Nederlands. Er zijn meer dan 100 scholen met tweetalig vwo. Er is 1 vo-school met tto-Duits. In totaal zijn er verspreid over deze scholen ruim 5.000 tto-leerlingen. Omdat van leerlingen die tweetalig onderwijs veel wordt gevraagd, hebben praktisch alle tto-scholen een toelatingsprocedure. Deze kan per school verschillen.
Tto heeft zich in Nederland vanuit de scholen zelf ontwikkeld. Dit betekent dat er dus ook een zekere pluriformiteit is ontstaan. Het Nederlandse model als zodanig bestaat dus eigenlijk niet, tenminste niet in die zin dat er door het Ministerie van Onderwijs exacte richtlijnen zijn geformuleerd over wat de inhoud van tto is, welke vakken in hoeveel uur, et cetera. De formele criteria vanuit de Inspectie voor het Onderwijs en het Ministerie van OCenW zijn dat maximaal 50 procent van het totaal aantal lessen in het Engels mag worden gegeven, dat het Nederlandse curriculum wordt gevolgd, tto in principe kostenneutraal plaats moet vinden en niet ten koste mag gaan van de ontwikkeling van taalvaardigheid Nederlands.
De reden waarom tto opmars vindt is dat er vanuit wordt gegaan dat de Engelse taal een steeds grotere rol krijgt in het hoger onderwijs en het bedrijfsleven. Een betere taalbeheersing en bredere kennismaking met internationalisering zijn doelen van tto.
Het Europees Platform is door het Ministerie van OCenW belast met de coˆrdinatie van tto in Nederland. In 1999 is door het Europees Platform en de tto-scholen het landelijk netwerk voor tweetalig onderwijs opgericht. Deze scholen onderschrijven de standaard voor tweetalig onderwijs die door het Platform in samenwerking met de scholen is vastgesteld.
Scholen die tweetalig onderwijs Nederlands-Engels in het voortgezet onderwijs bieden, hebben de mogelijkheid om een keurmerk voor hun tto-afdeling aan te vragen bij het Europees Platform. Dit keurmerk is gebaseerd op de bovengenoemde standaard voor tweetalig vwo Engels. De eerste keurmerken zijn in 2003 uitgereikt. In totaal beschikken nu 37 tto-scholen over een keurmerk. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen scholen die voldoen aan de standaard voor de basisvorming (tto junior school, in totaal 22) en scholen die het gehele traject van klas 1 tot en met 6 volgens de standaard aanbieden (tto-school, in totaal 15). Overigens betekent het feit dat een school op dit moment geen certificaat heeft, niet automatisch dat er twijfels bestaan over de kwaliteit van het aanbod. Scholen komen pas in aanmerking voor een tto junior school certificaat als er leerlingen in 4 t-vwo zitten en voor erkenning als tto-school als de eerste groep tto-leerlingen 6 vwo heeft verlaten. Daarnaast moeten scholen ook aan eisen voldoen bijvoorbeeld op het gebied van internationalisering.
Meer informatie over tto en al bestaande tto-scholen in Nederland: www.netwerktto.europeesplatform.nl