VMBO praktisch
De kaderberoepsgerichte leerweg richt zich op de praktijk en bereidt de leerlingen voor op de vak- en middenkaderopleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs.
De vierde leerweg, de basisberoepsgerichte leerweg, bereidt uitsluitend voor op de basisberoepsopleidingen (niveau 2) in het middelbaar beroepsonderwijs. Binnen de basisberoepsgerichte leerweg is een nieuw traject ingevoerd, het leerwerktraject. Dit is een leerwijze met meer ruimte voor stage of werk. Aan het einde van een leerwerktraject ontvangt de leerling een diploma.
Ook de leer-werktrajecten bereiden voor op de basisberoepsopleidingen van het middelbaar beroepsonderwijs, maar dan uitsluitend voor de in de basisberoepsgerichte leerweg gekozen sector.
Daarnaast is er een groep leerlingen van wie wordt verwacht dat zij de leerwegen niet met een diploma zullen afsluiten, ook niet met langdurige extra hulp. Voor die leerlingen is er het praktijkonderwijs. Dit is een speciale vorm van onderwijs, die leerlingen voorbereidt op een plaats op de regionale arbeidsmarkt.
Als een leerling leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs nodig heeft, vraagt de school een toelaatbaarheidsverklaring aan van een regionale verwijzingscommissie. Deze commissie bekijkt aan de hand van landelijke criteria het dossier van de leerling en bepaalt daarna of de leerling in aanmerking komt voor leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs.. De leerling ontvangt daarover een beschikking. Er bestaan in Nederland zestien regionale verwijzingscommissies.
De zorgstructuur zoals die hierboven is beschreven, is sinds 1 augustus 2002 een feit. Het doel van deze structuur is om leerlingen met verschillende hulpvragen passende opleidingen aan te bieden. Daarmee krijgen ze meer mogelijkheden om een schooldiploma te halen of later een beroep te leren.
Daarnaast zijn er scholen voor speciaal voortgezet onderwijs. Deze zijn ingericht op lichamelijk gehandicapte kinderen, slechthorende of slechtziende kinderen of langdurig zieke kinderen.