Inleiding op het VMBO
Als we kijken naar de doorstroommogelijkheden liggen de eerste drie leerwegen dicht bij elkaar. De theoretische leerweg kan het beste worden vergeleken met het vroegere mavo. Deze leerweg geeft toegang tot de vakopleidingen (niveau 3) en middenkader-opleidingen (niveau 4) in het middelbaar beroepsonderwijs. De theoretische leerweg geeft bovendien de mogelijkheid om door te stromen naar het havo. De leerling moet dan wel wiskunde Èn Frans of Duits in het pakket hebben.
De gemengde leerweg ligt qua niveau dicht bij de theoretische leerweg, en bereidt de leerlingen voor op de vak- en middenkaderopleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs.
Elke leerweg kent een keuze uit vier sectoren, namelijk:
techniek;
zorg en welzijn;
economie;
landbouw.
Voor scholen met vmbo geldt dat er binnen de sectoren verschillende afdelingen bestaan. Er zijn veertien afdelingen:
bouwtechniek;
metaaltechniek;
elektrotechniek;
voertuigentechniek;
installatietechniek;
grafische techniek;
transport en logistiek;
verzorging;
uiterlijke verzorging;
administratie;
handel en verkoop;
mode en commercie;
consumptief;
landbouw en natuurlijke omgeving.
Sommige scholen bieden een gecombineerd programma aan: het intrasectorale programma. Het intrasectorale programma is opgebouwd uit onderdelen van verschillende afdelingen.
Niet elke school heeft alle afdelingen in huis. Een leerling kan dus bijvoorbeeld niet overal voertuigentechniek of uiterlijke verzorging volgen. Het is daarom raadzaam om bij de vmbo-scholen bij u in de omgeving na te vragen welke opleidingen zij aanbieden.
Door de invoering van het vmbo is de zwaarte van de onderwijsprogrammaís veranderd. Ouders en leerlingen doen er daarom goed aan om bij de overgang van het basisonderwijs naar het vmbo de zwaarte van de leerwegen goed in het oog te houden.
In het vmbo is de zogeheten zorgstructuur ingevoerd. Een van de doelen in het vmbo is dat zoveel mogelijk leerlingen een van de leerwegen met een vmbo-diploma afsluiten. De meeste leerlingen zullen dat doel op eigen kracht en zonder bijzondere voorzieningen kunnen bereiken. Maar er zijn ook leerlingen die daarbij wat extra hulp nodig hebben.
Voor leerlingen die bij het volgen van een van de leerwegen tijdelijke ondersteuning nodig hebben, is er het leerwegondersteunend onderwijs. Leerlingen krijgen dan extra (orthodidactische of orthopedagogische) hulp. Sommige vmbo-scholen hebben een aparte voorziening voor leerlingen die leerwegondersteunend onderwijs krijgen. De leerlingen krijgen daar onder andere les in kleinere groepen, en kunnen daardoor meer hun eigen tempo volgen. In het leerwegondersteunend onderwijs volgen de leerlingen hetzelfde programma als in de reguliere leerwegen.
Vmbo-leerlingen moeten aan het einde van het tweede leerjaar weten wat de meest geschikte afdeling voor hen is.
Voor alle leerlingen die de leerwegen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs volgen, zijn Nederlands en Engels verplicht. Leerlingen moeten twee vakken kiezen die verband houden met hun sector. En ten slotte kiest de leerling zelf nog twee vakken of een beroepsgericht programma. In de gemengde leerweg heeft een beroepsgericht programma in ieder geval de omvang van één vak, in de beroepsgerichte leerwegen heeft het de omvang van twee vakken.
Zo ontstaat voor de meeste leerlingen een pakket van zes examenvakken.