Het VWO
Het vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) duurt zes jaar en bereidt scholieren voor op een studie aan een universiteit. Er zijn twee typen vwo: atheneum en gymnasium. Op het gymnasium krijgen alle leerlingen Grieks en Latijn in de onderbouw en Grieks en/of Latijn in de bovenbouw. Op het atheneum wordt soms Latijn of Grieks gegeven als keuzevak. Er bestaat ook een lyceum. Hier kunnen leerlingen zelf kiezen voor het gymnasium of het atheneum. In het vwo heeft een leerling de keuze uit vier profielen. Een profiel bestaat uit een samenhangend onderwijsprogramma dat de leerling in vwo voorbereidt op een opleiding aan een hogeschool of universiteit. De vier profielen zijn: natuur en techniek; natuur en gezondheid; economie en maatschappij; cultuur en maatschappij.
Elk profiel heeft een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is. Daarnaast is er een profieldeel dat elk van de profielen kenmerkt. Ten slotte is er een vrij deel. Deze vrije ruimte kan de leerling gebruiken om vakken te volgen uit een ander profieldeel. Dat vergroot de mogelijkheden van leerlingen om door te stromen naar het hoger onderwijs.
De hoeveelheid werk voor de leerlingen wordt uitgedrukt met het begrip 'studielast'. Met studielast wordt de hoeveelheid tijd bedoeld die de gemiddelde leerling nodig heeft om zich een bepaalde hoeveelheid leerstof eigen te maken. Het gaat niet alleen om het volgen van de lessen op school, maar ook om de voorbereiding daarvan thuis. Werkstukken schrijven, boeken lezen, een mediatheek gebruiken en deelnemen aan excursies horen ook bij de studielast. De studielast is gebaseerd op het uitgangspunt dat een leerling gedurende veertig weken per jaar, veertig uur per week aan zijn opleiding besteedt. Dat komt neer op een studielast van 1.600 uur per jaar. De totale studielast voor de tweede fase van het vwo is 4800 uur (verspreid over drie jaren).
*