Indicatieprocedure voor leerlingen in het voortgezet onderwijs
Als de basisschool denkt dat uw kind gebaat is bij Leerwegondersteunend Onderwijs (LWOO) of Praktijkonderwijs (PRO), dan wordt dit in het schooladvies vermeld. Bent u het hiermee eens, dan wordt dit advies voor LWOO of PRO meegenomen in de aanmelding op de school voor voortgezet onderwijs. Nadat uw zoon of dochter is aangemeld doet de school voor voortgezet onderwijs een onderzoek naar de leervermogens (een intelligentieonderzoek) van uw kind. Deze gegevens worden eventueel aangevuld met een onderzoek naar het persoonlijk functioneren van uw zoon of dochter. Als ouder moet u expliciet toestemming geven voor de onderzoeksafnamen Èn voor de aanmelding voor indicatiestelling.
Daarnaast bestudeert de middelbare school het onderwijskundig rapport van uw kind. Dit is een rapport waarin de basisschool de leervorderingen van uw kind heeft gebundeld. Elke ouder heeft recht op een afschrift van het onderwijskundig rapport van zijn of haar eigen kind.
Tenslotte vraagt de VMBO-school uw mening over de onderzoeksgegevens en de aanvraag voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs. De school voegt uw mening aan de uiteindelijke aanvraag toe.
De VMBO-school meldt uw zoon of dochter aan bij de Regionale Verwijzings Commissie Voortgezet Onderwijs (RVC-VO). De zorgleerlingen moeten voor 1 juli bij de verwijzingscommissie worden aangemeld. Ouders ontvangen een kopie van deze aanmelding.
Alle RVCís hanteren dezelfde toelatingseisen. De VMBO-school onderhoudt in principe de contacten met de commissie. Elke leerling wordt beoordeeld op basis van drie vaste criteria. Hierbij gaat het om leerachterstand, leervermogen (IQ) en sociaal emotionele problematiek. Als een leerling aan de toelatingscriteria voldoet, geeft de RVC-VO een positieve beschikking aan de school voor voortgezet onderwijs. Met deze beschikking ontvangt de school geld van het ministerie van onderwijs om uw zoon of dochter de extra begeleiding te geven die hij of zij nodig heeft. Ouders ontvangen een kopie van deze beschikking.
Of uw kind LWOO ontvangt is een schoolbeslissing, daar laat de RVC-VO zich niet over uit. De VMBO-school bepaalt dus zelf of een leerling extra ondersteuning krijgt of niet en welke extra zorg uw kind nodig heeft. De extra zorg wordt omschreven in het handelingsplan. De RVC-VO beslist dus wel of de school extra geld ontvangt voor de verzorging van uw kind. Als u het niet eens bent met de beslissing van de school, en u komt er met de school niet uit, dan kunt u een klacht indienen volgens de klachtenprocedure van de school.
De toelating tot PRO is een ander verhaal. De RVC-VO indiceert de toelaatbaarheid van een leerling tot PRO. Hierna melden de ouders de leerling aan bij een school voor PRO.
Vanzelfsprekend kan de RVC-VO ook beslissen dat uw kind niet in aanmerking komt voor LWOO of PRO. De RVC-VO wijst dan de aanmelding af. Als u het hier niet mee eens bent, kunt u een bezwaarschrift indienen. Mocht het de school zijn die bezwaar maakt tegen de afwijzing, dan kan zij ook een bezwaarschrift indienen. De school stuurt dan een kopie van de afwijzing en het bezwaarschrift toe aan de ouders.
Tenslotte kan het gebeuren dat een leerling bij de RVC-VO wordt aangemeld voor bijvoorbeeld PRO, terwijl de commissie van mening is dat het kind in LWOO beter tot zijn recht komt. In dat geval roept de RVC-VO de ouders op voor een gesprek. Hun mening speelt een belangrijke rol in het uiteindelijk besluit tot LWOO of PRO.
Op de volgende sites kan u nog meer informatie over dit onderwerp vinden:
www.vmbo.nl en
www.koers.vo.