Kinderen met meerdere handicaps
Wanneer een kind meerdere handicaps heeft, bekijkt de Commissie voor Indicatie (CvI) welk handicap overheersend is en bepaalt op grond daarvan het cluster en schooltype. Elk kind krijgt altijd slechts voor één cluster een indicatie. Er zijn wel enkele speciale regels:
1. Als het kind doof of slechthorend is en een andere stoornis of beperking heeft (bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapt of gedragsproblemen) dan komt het kind in aanmerking voor een school in cluster 2;
2. Als het kind blind of slechtziend is en een andere stoornis of beperking heeft (bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapt, gedragsproblemen) dan wordt het kind verwezen naar cluster 1;
Wanneer het IQ van het kind lager is dan 70 en het kind een andere stoornis of beperking heeft (maar geen zintuiglijke beperkingen) dan komt het kind in aanmerking voor een school in cluster 3;
4.Heeft het kind ernstige gedragsproblemen en ook andere stoornissen en beperkingen (maar geen zintuiglijke of verstandelijke beperking) dan komt het kind in aanmerking voor een school in cluster 4.
Als ouders niet weten bij welk cluster het kind aangemeld kan worden, kunnen zij altijd advies vragen bij een Regionaal Expertisecentrum (REC) in de eigen regio.