Tegemoetkomingen voor examenleerlingen die doof of slechthorend zijn
U kunt uw vraag (bij voorkeur via de mentor van uw kind) voorleggen aan de directeur of rector van uw school. De directeur is in eerste instantie verantwoordelijk voor de juiste gang van zaken tijdens het examenjaar en moet u dus zeker meer kunnen vertellen over de mogelijkheden die er zijn. In het "Eindexamenbesluit vwo, havo, mavo, vbo" staat in artikel 55, lid 1, dat de directeur van de school een gehandicapte leerling kan toestaan het examen geheel of gedeeltelijk op een aangepaste wijze af te leggen die aansluit bij de mogelijkheden van de kandidaat. De directeur kan in dat geval dus bepalen hoe het examen zal worden afgelegd. De directeur moet dit wel bij de Inspectie van het onderwijs melden.
5010 kan zich voorstellen dat dergelijke aanpassingen in het examen nodig zijn bij de mondelinge toetsen die deel uitmaken van het schoolonderzoek (dat op zich weer deel uitmaakt van het totale examenprogramma). Hierbij valt, bijvoorbeeld, te denken aan literatuur- en spreekvaardigheidstentamens en aan luistertoetsen.
Wat het centraal schriftelijk examen betreft, heeft 5010 navraag gedaan bij de Informatie Beheer- Groep die de examens aan de scholen verstrekt. Uit de ons toegezonden informatie wordt duidelijk dat er alleen aanpaste examens zijn voor visueel gehandicapten en kandidaten met een leeshandicap. Aangezien de eindexamens schriftelijk worden afgenomen, liggen aanpassingen voor dove en slechthorende leerlingen ook niet erg voor de hand.
Mochten er toch zorgpunten zijn, bijvoorbeeld, vanwege gecombineerde handicaps zoals doof en dyslectisch of omdat u bang bent dat uw kind bepaalde mondelinge instructies op het eindexamen niet meekrijgt, dan is het, nogmaals, raadzaam om hierover zo snel mogelijk in gesprek te gaan met de mentor van uw kind en de directeur of rector van uw school.