Leerlinggebonden financiering (de Rugzak)
De Rugzak?
De Rugzak is een symbolische naam voor een som geld waar een leerling recht op heeft als hij daarvoor volgens de Wet op de Leerlinggebonden financiering (LGF) in aanmerking komt. Als een kind een Rugzak krijgt toegewezen, kunnen ouders van een kind met een handicap of ziekte een school kiezen die geschikt is voor hun kind. Dit kan een gewone basisschool of school voor voortgezet onderwijs zijn. De ouders hebben medezeggenschap over de besteding van het geld.
Voor wie bedoeld?
De Rugzak is bestemd voor kinderen die vanwege een handicap of ziekte extra voorzieningen nodig hebben. Veel van deze kinderen gingen tot voor kort na een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Er waren ook kinderen die, met behulp van externe begeleiding, een gewone school bezochten. Het geld in de Rugzak maakt het mogelijk (gewoon) basis- of voortgezet onderwijs te volgen. Scholen kunnen met het geld extra begeleiding bieden aan deze kinderen. Voor zoín Rugzak komen kinderen met de volgende handicaps in aanmerking:
- dove en slechthorende kinderen;
- kinderen met ernstige spraak/taalmoeilijkheden;
- lichamelijk gehandicapte kinderen;
- verstandelijk gehandicapte kinderen;
- meervoudig gehandicapte kinderen;
- langdurig zieke kinderen;
- kinderen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen.
Wanneer wel en wanneer niet?
Niet ieder kind met een handicap krijgt een Rugzak. Soms is de handicap van een kind niet zwaar genoeg om voor de Rugzak in aanmerking te komen. Om dat eerlijk voor alle kinderen op elke plaats in Nederland te bepalen, zijn er landelijke criteria geformuleerd. Als een kind daaraan voldoet, krijgt het een zogenoemde ëindicatieí. De onafhankelijke commissie die dit bepaalt, heet daarom Commissie voor Indicatiestelling (CvI).
Hoe ziet de organisatie van het speciaal onderwijs eruit?
Over het hele land zijn tal van Commissies voor Indicatiestelling (CvI) en elk CvI is gekoppeld aan een Regionaal Expertisecentrum (REC). Het REC is weer gekoppeld aan een onderwijscluster. In de hieronder genoemde clusters herkent u de eerder genoemde handicaps. Elk cluster heeft eigen landelijke indicatiecriteria. Het gaat om de volgende vier onderwijsclusters:
Cluster 1 Scholen voor kinderen met een visuele handicap;
Cluster 2 Scholen voor kinderen met gehoor-, taal-, en/of spraakproblemen;
Cluster 3 Scholen voor kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap en langdurig zieke kinderen (chronische, somatische ziekten);
Cluster 4 Scholen voor kinderen met ernstige psychiatrische of gedragsstoornissen.
Hoe komt een indicatie tot stand?
De indicatieprocedure bestaat uit een aantal stappen:
Ouders melden hun kind aan bij een Commissie voor Indicatiestelling (CvI) van het onderwijscluster waarvan zij denken dat hun kind daartoe behoort. Om te achterhalen in welke regio u moet zijn, kunt u dit de school vragen waar u uw kind wilt aanmelden. Aan de Commissie overhandigt u allerlei gegevens over uw kind, zoals medische dossiers en een onderwijskundig rapport. Het REC kan u hierbij helpen. Ook als de aangeleverde gegevens onvolledig zijn;
De CvI onderzoekt aan de hand van de gegevens of uw kind een indicatie kan krijgen voor een bepaalde school voor speciaal onderwijs;
Als uw kind zoín indicatie krijgt, kunt u zelf bepalen of het naar een school voor speciaal onderwijs gaat of met een Rugzak naar een gewone school. Dat is een moeilijke keuze en het is verstandig dat u zich goed laat informeren over voor- en nadelen.
Als laatste mogelijkheid kunt u dan nog binnen zes weken een bezwaarschrift indienen bij de CvI. U heeft het recht om uw bezwaren toe te lichten voor de Commissie. Volgt er weer een afwijzing dan kunt u binnen zes weken een zogenoemde civiele procedure starten;
Uw kind krijgt een indicatie. Stel dat u kiest voor een gewone school, dan mag zoín school uw kind alleen weigeren als daar een goede reden voor is. Bijvoorbeeld dat zij onmogelijk uw kind kunnen begeleiden. Als u een school voor gewoon basis- of voortgezet onderwijs heeft gevonden die uw kind toelaaat, dan stelt de school een handelingsplan op. Dit gebeurt in overleg met u en met een deskundige (meestal uit het speciaal onderwijs) van buiten de school. Ook als u kiest voor een speciale school dan stelt de school in overleg met u een handelingsplan op. In het handelingsplan wordt vermeld wat de school wil bereiken met uw kind en op welke manier.
De Rugzak staat symbool voor het geld dat nodig is om in het gewone onderwijs extra begeleiding (deskundigheid) in te kopen. Het bedrag dat in de Rugzak zit, bestaat uit drie componenten:
Een bedrag voor formatieuitbreiding. Met ëformatieí wordt het aantal arbeidskrachten aangeduid dat werkzaam is in de school. Hiervoor gebruikt men een formule. De formatie wordt met ongeveer drieÎnhalf uur per week uitgebreid. Dat kan een extra leraar, remedial teacher of klassenassistent zijn. Een klassenassistent is echter goedkoper dan een leraar. De omvang van de aanstelling is daarom afhankelijk van wie wordt aangesteld;
Een bedrag voor ambulante begeleiding. Ambulante begeleiding wordt aan de leraar of aan de leerling gegeven door een deskundige van buiten de school. Meestal is het iemand van een REC (school voor speciaal onderwijs). De begeleiding is nodig als de school zelf niet de deskundigheid in huis heeft om de leerling bepaalde specialistische ondersteuning te geven. Het gaat om ongeveer drie uur per week en het geld mag uitsluitend worden besteed aan ambulante begeleiding;
Een bedrag voor materiÎle instandhouding. Dit geld is uitsluitend bedoeld voor materiÎle voorzieningen.
Wat staat er in een handelingsplan?
Zoals gezegd is het handelingsplan een document waarin staat beschreven wat de (speciale) school met uw kind wil bereiken, op welke manier ze dat zullen doen en wanneer u resultaat mag verwachten (dat wordt ook wel ëde onderwijsdoelení genoemd). Als uw kind het gewenste niveau heeft bereikt of de gewenste stap in zijn ontwikkeling heeft gezet, wordt er opnieuw een handelingsplan gemaakt voor een volgende stap. Het handelingsplan wordt in overleg met u opgesteld. Ook kan er een deskundige van buiten (bijv. een ambulant begeleider) bij betrokken zijn. Het is de bedoeling dat u het handelingsplan ondertekent als u het eens bent met de inhoud. Er zijn verschillende voorbeelden in omloop aan de hand waarvan scholen het handelingsplan kunnen opstellen. In de Wet op de leerlinggebonden financiering is opgenomen dat het handelingsplan in ieder geval de volgende onderdelen moet bevatten:
het niveau van de leerling;
de onderwijsdoelen voor de leerling;
de wijze waarop het geld uit de Rugzak wordt ingezet;
welke deskundigen er worden ingeschakeld;
welke speciale voorzieningen er worden getroffen;
de wijze waarop de vorderingen van de leerling worden gevolgd en geregistreerd.
Naast deze wettelijke voorschriften is er nog een aantal voor u belangrijke punten:
op welke wijze en hoe vaak heeft u overleg met de school over de vorderingen van uw kind?;
wie neemt het initiatief voor dit overleg?;
wie zijn daarbij aanwezig?;
op welke wijze wordt u op de hoogte gehouden van de vorderingen?
In het hele traject van aanmelding bij de CvI tot plaatsing op een gewone school of op een speciale school zijn er verschillende mogelijkheden om als ouder invloed uit te oefenen. We zetten ze hieronder op een rij.
U levert het dossier aan bij de CvI.
U kunt ondersteuning vragen bij het REC om de gegevens voor het dossier te verzamelen dat u aan de CvI moet overhandigen.
Als het dossier niet compleet is, kunt u het REC vragen aanvullend onderzoek te doen.
U kunt een bezwaarschrift indienen bij een negatief besluit van de CvI. U heeft het recht dit toe te lichten bij de Commissie.
Met een indicatie op zak kunt u zelf een keuze maken tussen gewoon of speciaal onderwijs.
U kunt daarbij hulp vragen van een REC.
U heeft recht op een serieus plaatsingsgesprek op de school van uw keuze. De school moet aantonen dat uw kind niet op de gewone school van uw keuze geplaatst kan worden.
U heeft het recht bezwaar te maken (bij het schoolbestuur) tegen een besluit van de school uw kind niet toe te laten.
Het handelingsplan wordt in overleg met u opgesteld. U moet het handelingsplan ondertekenen.
U heeft recht op informatie over de vorderingen van uw kind.
U heeft tenminste één keer per jaar recht op een voortgangsoverleg over het handelingsplan.
Als u het niet eens bent met de besteding van het geld, zoals in het handelingsplan is opgenomen (vóór ondertekening!), kunt u hiertegen bezwaar maken. Bedenk wel dat bij meningsverschillen of onenigheid een gesprek wellicht een oplossing kan zijn. Eerst met de leraar, dan met de directeur en vervolgens met het bestuur.
Leidt dat niet tot het gewenste resultaat, dan kunt u een klacht indienen. Bijvoorbeeld als het handelingsplan niet wordt uitgevoerd zoals was afgesproken.