Hulpmiddelen bij het centraal examen
Kenmerken en (mogelijke) gevolgen van dyslexie voor leerlingen in het
Voortgezet Onderwijs:
Problemen met automatiserenDeze problemen uiten zich onder andere bij:
∑ directe herkenning van woorden (het technisch lezen) wat weer consequenties kan hebben voor het leesbegrip. Soms worden woorden verkeerd gelezen of worden door tijdsgebrek stukjes informatie overgeslagen wat het leesbegrip niet ten goede komt;
∑ het onthouden van woordbeelden (bij de spelling van het Nederlands en de moderne vreemde talen);
∑ het onthouden van losse op zich zelf staande gegevens zoals jaartallen, rijtjes, formules, woordjes;
∑ begrippen en formules bij exacte vakken;
∑ informatieverwerving;
∑ twee dingen tegelijk doen, bijvoorbeeld schrijven en luisteren.
Moderne vreemde talenNet als bij de moedertaal zien we dat leerlingen bij de vreemde talen:
∑ vaak moeilijk verschillen kunnen horen tussen de klanken in woorden.
∑ moeite hebben met het uit elkaar ërafelení (spellen) van woorden en het samenvoegen van klanken of klankgroepen.
Het leren van de spelling van een vreemde taal is extra lastig omdat: a) zowel de uitspraak, als de betekenis, als de functie in de zin en de spelling zijn nieuw. Als een leerling op de basisschool leert lezen en schrijven, start men met woorden die de leerling uit de gesproken taal kent. Dat is (meestal) niet het geval bij het aan leren van een vreemde taal. b) het aanbod van de spelling is niet systematisch, maar wordt bepaald door de mate waarin de spelling voorkomt en door de aangeboden themaís in de lesstof. c) er worden veel nieuwe klanktekenkoppelingen aangeboden zonder gerichte systematische ondersteuning.
∑ problemen kunnen hebben met de uitspraak of woorden verhaspelen. De uitspraak is vaak matig.
∑ Problemen kunnen hebben met articuleren: slordig of onduidelijk.
Verbale vaardigheden∑ sommige dyslectische leerlingen hebben ook woordvindingsproblemen (moeite met het vinden van de juiste woorden) en maken verbaal een zwakke indruk.
∑ deze leerlingen kunnen zowel problemen hebben om te begrijpen wat anderen bedoelen, als om zelf het verhaal onder woorden te brengen.
Sommige dyslectische leerlingen hebben er moeite mee om een mondeling verhaal of iets wat ze in hun hoofd hebben, om te zetten in een tekst op schrift.
∑ sommigen hebben problemen met het mondeling formuleren en geven een voorkeur voor spreken in korte zinnen.
Exacte vakkenOok bij exacte vakken is de hoeveelheid tekst vaak groot. Omdat ze langzaam lezen en informatie traag verwerken, komen dyslectische leerlingen bij het maken van huiswerk of van proefwerken vaak tijd te kort. Het onthouden van namen en feiten buiten de context geeft vaak problemen. Daarnaast keren ze vaak getallen om (bij wiskunde bijvoorbeeld) en heeft dat weer gevolgen voor de uitkomst.
ZaakvakkenOok hierbij speelt dat het technisch lezen een vertraging van het tempo veroorzaakt en dat problemen met de techniek van het lezen het begrip van de tekst kunnen bemoeilijken. Losstaande gegevens (zonder context), worden slecht in het permanente geheugen opgeslagen. Het beste studie advies voor een dyslectische leerling is proberen de stof te begrijpen en zich niet te concentreren op losse feiten.
Kijk voor meer informatie over dyslexie bij
www.woortblind.nl en bij
www.balansdigitaal