Vrijstellingsmogelijkheden
Hulpmiddelen bij het centraal examen voor leerlingen met een beperking, zoals dyslexie en dyscalculie
Voor leerlingen met een beperking, zoals dyslexie en dyscalculie bestaat in het voortgezet onderwijs een aantal mogelijkheden en voorschriften voor het gebruik van hulpmiddelen. Hieronder wordt ingegaan op de hulpmiddelen en/of voorzieningen die ingezet mogen worden bij het centraal examen.
Voorzieningen bij het examen: artikel 55 Eindexamenbesluit
Het eindexamen wordt afgenomen door de school en de school zorgt er voor dat de kandidaat daartoe in staat is, met behulp van schrijfgerei, papier, een tafeltje, voldoende verlichting enzovoort. Artikel 55 van het Eindexamenbesluit geeft de directeur de volgende bevoegdheid: "Ö toestaan dat een gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. In dat geval bepaalt de directeur de wijze waarop het examen zal worden afgelegd". De examencondities zijn dus een zaak van de school.
Uit inspectierapportages is gebleken dat een verlenging van de duur van de examentijd met dertig minuten in het algemeen afdoende is. In dat geval volstaat de diagnose uit de deskundigenverklaring. Indien andere faciliteiten dan verlenging van de examentijd noodzakelijk zijn, dient de deskundigenverklaring tevens aan te geven waaruit deze zouden kunnen bestaan dan wel (in geval van een eindexamen) dient de aanpassing aan te sluiten bij begeleidingsadviezen die in een eerdere deskundigenverklaring zijn gegeven ten behoeve van de schoolloopbaan van betrokkene. Indien een leerling gedurende de schoolloopbaan op grond van een dergelijke verklaring begeleiding en faciliteiten heeft ontvangen, is het niet nodig dat er ten behoeve van het examen een nieuwe verklaring wordt afgegeven. Het ligt in elk geval wel in de rede dat eerder tijdens de schoolloopbaan de diagnose is gesteld en dat de school passende maatregelen heeft genomen om de betrokken leerlingen tijdens hun schoolloopbaan ook daadwerkelijk te begeleiden aan de hand van de adviezen uit een aanwezige deskundigenverklaring. Deze leerlingen hebben dan tijdens hun schoolloopbaan ook al bij proefwerken en dergelijke kunnen profiteren van een aanpassing zoals zij die ook voor het examen kunnen aanvragen. De melding van de aanpassing dient zo spoedig mogelijk aan de inspectie te worden gedaan.
3. Hulpmiddelen: artikel 39 Eindexamenbesluit
Hulpmiddelen echter zijn een zaak van de overheid, conform artikel 39, eerste lid, onderdeel h, van het Eindexamenbesluit. Daarin wordt als taak van de Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven ( CEVO) genoemd: ìhet geven van regels met betrekking tot de hulpmiddelen die gebruikt mogen worden bij het maken van de opgaven van de centrale examensî. De CEVO kan op basis van artikel 39 Eindexamenbesluit algemene voorschriften geven over kenmerken van hulpmiddelen, zoals:
op een grafische rekenmachine mag computeralgebra zitten, of
een gewone rekenmachine mag niet alfanumeriek zijn.
Deze voorschriften zijn inhoudelijk van aard en gelden voor alle leerlingen die een bepaald examen maken. Ze zijn voor de directeur een gegeven bij het nemen van maatregelen betreffende de wijze waarop het examen zal worden afgenomen (zie hierboven artikel 55).