leerproblemen en leerstoornissen
De omschrijving van dyslexie die in Nederland officieel gehanteerd wordt luidt:
dyslexie is een (erfelijke) stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van de woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen).
(Stichting dyslexie Nederland)
Dit betekent dat het gaat om een ernstige lees- en of spellingsachterstand die hardnekkig is, ondanks voldoende gelegenheid tot leren.
Dyslexie ontwikkelt zich op basis van een beperking van bepaalde gebieden in de hersenen om de vaardigheden op te bouwen die nodig zijn om te kunnen lezen en schrijven.
Omdat de aard van deze neurofysiologische aanleg nog niet bekend is, is de stoornis niet direct te behandelen. Een kind blijft, ook nadat hij/zij met veel hulp een redelijk niveau heeft bereikt (bijvoorbeeld de leesproblemen heeft weten te overwinnen) dyslectisch!
Over de verschijnselen van dyslexie is men het redelijk eens, maar met betrekking tot de verklaring ligt dit ingewikkelder. Vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines wordt geprobeerd de oorzaak op te sporen en te verklaren. Verantwoorde diagnostiek gaat na in hoeverre algemeen omschreven verklaringen bij het individu teruggevonden kunnen worden. Door de Stichting Dyslexie Nederland (SDN) zijn de verschillende inzichten van de afgelopen jaren samengebracht in ërichtlijnen voor de diagnostiek van dyslexie.
Deze stichting werd in 1984 in het leven geroepen. De SDN heeft de taak op zich genomen meer bekendheid te geven aan het begrip ëdyslexieí. Zij stelt zich ten doel wetenschappelijke inzichten over dyslexie naar de maatschappelijke praktijk te vertalen. De stichting maakt daarbij een onderscheid tussen de onderkennende, de verklarende en handelingsgerichte diagnose.
Ten behoeve van een dyslexieverklaring dient een onderzoek dus ook uitgevoerd te worden met deze drie onderdelen. Een dyslexieverklaring is een verklaring van een orthopedagoog of een erkende instelling, waarin wordt verklaard dat een leerling (een bepaalde mate van) dyslexie heeft. Met deze verklaring kan een leerling aanspraak maken op bepaalde voorzieningen ( bijvoorbeeld een laptop) of aangepaste toetsen (bijvoorbeeld grotere letters of meer tijd) krijgen.
Onderkennende diagnose:Deze diagnose heeft tot doel op basis van objectief waarneembare kenmerken iemand als
dyslectisch te kwalificeren. Daarbij moet aan vijf criteria worden voldaan:
achterstand: het vaardigheidsniveau van lezen en/of spellen ligt beduidend onder dat van de leeftijdsgenoten in een relevante vergelijkingsgroep;
gebrek aan nauwkeurigheid en/of snelheid: er is sprake van een traag tempo met mogelijk (veelal bij spelling) een grote hoeveelheid fouten;
voldoende gelegenheid tot leren: het verschijnsel treedt op, ondanks dat in de omgeving voldoende instructie en oefening wordt aangeboden, die gewoonlijk leiden tot beheersing;
hardnekkigheid: het verschijnsel blijft, ook wanneer voorzien wordt in extra instructie en oefening;
tekort in automatisering: het verschijnsel blijft gekenmerkt door een tekort in automatisering.
Verklarende diagnose:De verklarende diagnose heeft tot doel uitspraken te doen over de individugebonden cognitieve factoren die in dit geval de stoornis oproepen en/of instandhouden. Cognitieve factoren die momenteel veelvuldig in verband worden gebracht met het ontstaan van dyslexie zijn:
tekorten in de fonologische klankverwerking; (het koppelen van de juiste klank aan het juiste letterteken)
tekorten in de toegankelijkheid van taalkennis in het bijzonder en de kennis ten aanzien van symbolen (bijv. natuurkunde/wiskunde);
tekorten in de automatisering van complexe vaardigheden.
De uitspraken worden gedaan op basis van gegevens die zijn verkregen met controleerbaar betrouwbare psychodiagnostische instrumenten en procedures. Aangegeven wordt dat de stoornis niet het gevolg mag zijn van omgevingsfactoren, zoals een tekort aan onderwijs of van onderwijs op een te hoog niveau (Van der Leij et al 2000).
Naast bovengenoemde cognitieve factoren, zijn er ook biologische gegevens bekend:
verschillen in hersenstructuren tussen dyslectische en niet dyslectische kinderen;
dat het erfelijk is;
dat het meer voorkomt bij jongens dan bij meisjes;
dat het vaak meer voorkomt bij linkshandigen.
Handelingsgerichte diagnose:De handelingsgerichte diagnose heeft tot doel om aangrijpingspunten voor behandeling vast te stellen, die leiden tot een oplossing of vermindering van de onderwijsbelemmeringen. Onderscheid kan worden gemaakt in taakrelevante en taakgerichte aangrijpingspunten.
De taakrelevante aangrijpingspunten betreffen factoren die niet direct aan de lees- en spellingtaken gerelateerd zijn, maar waarmee in de advisering en behandeling wel rekening gehouden moet worden. Het gaat dan onder andere om: frustratie van talentí de aan- of afwezigheid van compensatiemogelijkheden, het sociaal-emotioneel functioneren en het al dan niet voorkomen van andere leer- en werkhoudingsproblemen.
De taakgerichte aangrijpingspunten worden ontleend aan de informatie die de onderkennende, verklarende en handelingsgerichte diagnose heeft opgeleverd en zij vormen uitgangspunten voor de verdere indicatiestelling en de vertaling naar concreet handelen.
Te denken valt aan keuzes met betrekking tot de aanpak, compensatie (denk aan extra tijd bij toetsing) en dispensatie(bijvoorbeeld minder opgaven maken of andere manier van foutentelling).
Om een systematische aanpak van dyslexie in het basisonderwijs te laten plaatsvinden, is in opdracht van het ministerie van OCenW, door het Expertisecentrum Nederlands van de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) het ëProtocol Leesproblemen en Dyslexieí ontwikkeld. De bedoeling is dat dit protocol een bijdrage levert tot een vroegtijdige herkenning en behandeling. Het is ook de bedoeling dat het zal worden uitgebreid met een protocol voor het voortgezet onderwijs.
Meer informatie en begeleiding is te verkrijgen bij de stichting Balans,tel.030-225 50 50 (ma-vr 9.00 13.00 uur) of info@balansdigitaal.nl