hoogbegaafdheid
Er bestaat geen eenduidige definitie van hoogbegaafdheid. Bovendien wordt dit begrip vaak verward met hoogintelligent. Ook daarover bestaat geen eenduidigheid. Sommigen spreken van hoogintelligentie als er sprake is van een IQ van 130 en meer. Dat gaat op voor 2 tot 3% van de bevolking. Anderen houden een IQ van 125 en meer aan . Dat betreft ongeveer 8 tot 10 % van de bevolking. Het IQ is echter niet meer dan een indicatie voor het leervermogen. Naast intelligentie spelen tal van zaken een rol die van invloed zijn op feitelijke leerprestaties en schoolsucces.
Hoogintelligent is dus niet hetzelfde als hoogbegaafd. Deskundigen spreken pas van hoogbegaafd als er sprake is van drie eigenschappen:
1) Een hoge intelligentie
2) Een grote mate van creatief denkvermogen (dat kan op allerlei gebieden tot uitdrukking komen)
3) Een sterk ontwikkelde prestatiebehoefte (inzet, wil om uit te blinken en taakgerichtheid)
Wanneer niet alle drie deze kenmerken aanwezig zijn, is het niet juist om van hoogbegaafdheid te spreken. Wanneer bij een kind alleen een hoog IQ is vastgesteld mogen we dus niet spreken van een hoogbegaafd kind.
Er zijn veel overzichten gepubliceerd met kenmerken van hoogbegaafden. Omdat er wetenschappelijk toch nog maar heel weinig van bekend is, dient er voorzichtig met de overzichten omgegaan te worden. Kenmerken die bij hoogbegaafde kinderen kunnen voorkomen zijn onder andere: het zijn niet zozeer reproductieve (feiten goed uit het hoofd kunnen leren) als wel creatieve denkers, ze zijn geestelijk vroeg rijp, snel van begrip, verwerken snel leerstof, zijn snel in het analyseren van problemen en beschikken over een zeer goed geheugen. Hoogbegaafde kinderen kunnen grote denksprongen maken, zijn origineel in het maken van plannen, vindingrijk in het achterhalen van oplossingsmethoden en vaardig in het toepassen van gevonden oplossingsmethoden in diverse situaties. Ze zijn in hun element als er thematisch gewerkt kan worden, ze zijn nieuwsgierig, sterk betrokken op hun werk, intrinsiek gemotiveerd en leren niet zozeer voor ìbeloningenî.
Is hoogbegaafdheid een probleem? Kinderen kunnen problemen hebben ongeacht hun capaciteiten. Problemen die echter vaak genoemd worden bij hoogbegaafde kinderen zijn: niet graag naar school gaan, zich vervelen, onderpresteren, ëonderduikení, moeilijk in sociale contacten en moeite met het uiten van emoties en motoriek .
Onderpresteren betekent dat een leerling ëpresteert beneden het niveau dat op grond van zijn intelligentie verwacht mag wordení. Onderpresterenkomt regelmatig voor bij hoogintelligente en hoogbegaafde kinderen en is meestal het gevolg van een complex geheel van factoren. Het is onmogelijk om in deze korte bijdrage volledig inzicht in deze problematiek te geven. Daarom is de informatie beperkt tot een aantal belangrijke punten. Onderpresteren kan samenhangen met een aantal factoren (vaak ook in combinatie):
Het kind past zich naar beneden toe aan in de hoop beter door de groep geaccepteerd te worden.
(onderduiken) Demotivatie door een lesaanbod op een te laag niveau en door te weinig uitdaging
Gebrekkige leerstrategieÎn, ontstaan door onvoldoende uitdaging en begeleiding op de basisschool.
De leer- en denkprocessen van het kind zijn anders dan die van een gemiddeld kind. Aangezien het lesaanbod op het gemiddelde is afgestemd, sluit de manier waarop de stof wordt aangeboden voor sommige kinderen niet aan op de manier waarop zij de stof opnemen.
Het is een misvatting om te denken dat hoogbegaafde kinderen, vanwege hun hoge intelligentie, zichzelf wel redden. Niets is minder waar. Ook zij moeten zich net als andere kinderen inzetten voor hun werk en ook zij hebben behoefte aan steun, begrip en begeleiding zowel thuis als op school.
Hoogbegaafdheid kan een reden tot extra zorg zijn, omdat leerlingen die hoogbegaafd zijn ook in zekere zin
anders zijn. Ze zijn immers zo slim dat ze niet goed op hun niveau kunnen werken als ze het tempo van de klas moeten volgen.
Er zijn verschillende manieren van aanpak van hoogbegaafdheid. Er kan gekozen worden voor een vorm van differentiatie vanuit de gewone methode (bijv. door keuzeopdrachten te laten doen), voor verrijken of versnellen. De term verrijken wordt gebruikt om aan te geven dat een leerling andere oefenstof aangeboden krijgt, versnellen wordt gebruikt als een leerling sneller door de leerstof gaat.
Wanneer geconstateerd is dat een leerling hoogbegaafd is, zal bekeken moeten worden welke aanpak het beste is. Dat zal niet alleen een beslissing kunnen zijn van de leerkracht maar dat moet beleid worden van het hele team. Voor de leerkrachten en voor de ouders moet duidelijk zijn waar de school voor staat en wat de school te bieden heeft met betrekking tot hoogbegaafdheid. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid van school en ouders. De school kan nooit de gehele verantwoordelijkheid voor de begeleiding zelf dragen.
Vroegtijdige onderkenning van hoogbegaafdheid is van belang. De schoolbegeleidingsdienst kan hierbij behulpzaam zijn.
Adressen: Pharos (oudervereniging), postbus 1340, 8001 BH Zwolle (
www.pharos-org.nl)
HINT Nederland, postbus 3064, 5203 DB 's Hertogenbosch